Exoten zijn planten of dieren die hier niet van nature thuishoren, en niet op eigen kracht hier konden geraken of overleven.
exootCanadesegansExoten zijn geïmporteerd, soms als exotische specialiteit, curiosum of kamerplant, huis- of jachtdier, zoals vb. het konijn in Australië.
Sommige konden ontsnappen, anderen werden uitgezet om de omgeving ‘te verrijken’, of omdat eens kleine en lieve diertjes groot, gevaarlijk of vervelend werden (in huis).
Zaden, insecten en kleine dieren reizen soms mee in vracht(ruimen) van zeeschepen.
Waterbewoners maken soms lange tochten in het ballastwater (om een schip zonder lading te stabiliseren) bij intercontinentaal transport.

Niet alle exoten vormen een probleem. Maar door gebrek aan natuurlijke vijanden kunnen ze (delen van) de eigen flora en fauna bedreigen. Ook door parasieten en ziekten die ze meebrengen en waartegen inheemse soorten niet resistent zijn. En door het feit dat ze met de eigen bewoners concurreren om hetzelfde voedsel. Het ecosysteem wordt ontregeld, het evenwicht verstoord en de biodiversiteit daalt. Bedreigende soorten noemen we dan invasief.

De verwildering van gedomesticeerde soorten als damhert, huiskat, huisduif is een vergelijkbare problematiek.

Soorten die op eigen kracht migreerden worden niet tot de exoten gerekend: de Turkse tortel, kastanjebomen.

Piekmomenten voor de aanvoer van nieuwe soorten waren de kruistochten met het invoeren van specerijen en onkruidzaden (zoals klaproos en korenbloem) en de periode na 1492 met de invoer van planten uit de nieuwe wereld. Nuttige nieuwkomers als aardappel, maïs, tomaat hoor ik echter zelden exoot noemen.

Exoten:     
Amerikaanse nerts of mink (Neovison vison), Aziatische hoornaar (Vespa velutina nigrithorax), beverrat of nutria (Myocastor coypus), Canadese gans (Branta canadensis), fazant (Phasianus colchicus), halsbandparkiet (Psittacula krameri), heilige ibis (Threskiornis aethiopicus), muskusrat of bisamrat (Ondatra zibethicus), Nijlgans (Alopochen aegyptiaca), Pallas' eekhoorn of roodbuikeekhoorn (Callosciurus erythraeus), roodwangschildpad (Trachemys scripta elegans), rosse stekelstaart (eend, Oxyura jamaicensis), stierkikker of brulkikker (Rana catesbeiana), wasbeer (Procyon lotor), wasbeerhond of marterhond (Nyctereutes procyonoides)

Blauwbandvis vis (Pseudorasbora parva), Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus), Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis), driehoeksmossel (Dreissena polymorpha), graskarper (Ctenopharyngodon idellia), zonnebaars (Lepomis gibbosus)

Paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella), Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis)

De Chinese muntjak (Muntiacus reevesi) met een schofthoogte van amper 50cm is een klein hert met opvallende slagtandjes dat al gesignaleerd werd sinds 2005 in Vlaanderen, vooral in Brasschaat en Schoten. De soort bedreigt de plaatselijke biodiversiteit. In Groot-Brittannië waar in 1930 een aantal muntjakken uit een dierentuin zijn ontsnapt, lopen er nu al 130.000 rond.


Planten
Ambrosia (Ambrosia artemisiifolia), Amerikaanse eik (Quercus rubra), Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), Douglasspar (Pseudotsuga menziesii), grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides), hemelboom (Ailanthus altissima), Japanse duizendknoop  (Fallopia japonica, synoniem: Polygonum cuspidatum), parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum, M. brasiliense), reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera), reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum (de brandharen zijn gevaarlijk)), verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major), watercrassula (Crassula helmsii), waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora, L.uruguayensis, Jussiaea repens)).

Ecosystemen

Een ecosysteem is een natuurlijk samenspel dat bestaat uit een levensgemeenschap (organismen of biotische deel: planten en dieren) en hun biotoop (abiotische omgeving) en de wisselwerkingen tussen beide, met kringlopen en uitwisseling (van water, energie,…) binnen een afgebakende eenheid. Dat kan dus gaan over een specifieke kleine plek, over een groot bos tot zelfs de hele aarde.

Dit samenspel met een diversiteit aan soorten is een delicaat evenwicht met elkaar beïnvloedende schommelingen. Afhankelijk van omgeving en het beschikbare voedsel kunnen populaties toenemen of afnemen.

(Een populatie is een groep organismen van dezelfde soort levend in dezelfde tijd of plaats en die zich onder elkaar kunnen voortplanten.)

Planten en dieren zijn de basis voor alle leven op aarde. Ze leveren de ecosysteemdiensten die we nodig hebben om te overleven, van de juiste combinatie van gassen in de atmosfeer, tot bestuiving en de omzetting van zonne-energie. De Mexicaanse conservatiebioloog Gerardo Ceballos waarschuwt: ‘Extinctie (uitsterven) is finaal. Als je een soort verliest, is ze weg.’ Dat kan een domino-effect hebben op andere soorten en op de omgeving.