Leer leven met onkruid. Nee, onkruid bestaat niet. Maar het blijft een handige term die iedereen kent. Kruiden die we liever niet zien op de plaats waar ze staan.

Levende natuur koloniseert ieder beschikbaar plekje.  Bacteriën, algen, schimmels en korstmossen worden gevolgd door pioniersoorten & als klaproos, dwerg- en greppelrus, helm-, straat- en varkensgras, smalle weegbree, draadgentiaan, wilg en wilgenroosje, berk...In de volgende ecologische successie worden ze weggeconcurreerd door nieuwe soorten, om te kunnen eindigen in  een climaxvegetatie (hetgeen hier bij ons een gemengd eiken- en beukenbos zou zijn).

Ieder plekje met voldoende vocht zal dus ingepalmd worden. Wonderlijk hoe je zelfs op beton, muren en daken de toenemende groei van alg-mos-gras kan zien. Op moeilijk terrein kan de bezetting een paar jaar duren. Op een geschiktere ondergrond gaat het om weken of dagen. En de opeenvolgende generaties houden dat al langer vol dan de mensheid bestaat. Onkruid zal nog lang na onze dood floreren. Je kan het accepteren, of je er dagelijks, jarenlang aan blijven ergeren. Je kan er mee leven, of de slaaf worden van je eigen dwanggedachten om te blijven wieden, schoffelen of vergif sproeien.

Het is dus vooral een mindset, een houding. En leven -ook dat van ons- is het meest gebaat met een levende en begroeide bodem. Dat betekent niet dat je niet moet ingrijpen, of dat je je tuin of veld moet laten overwoekeren.

Ik kies welke planten ik laat staan. In de tuin zijn dat vooral alle eetbare planten. En dat zijn er allicht meer dan je op eerste zicht zou aannemen. Als ze te grote concurrentie worden voor mijn zaailingen of groenten dan doe ik ze weg. Meestal trek ik ze uit, maar als daardoor de bodem kaal dreigt te worden knip ik ze gewoon af. Ze worden compost of hapjes voor de ganzen.

In de wei verwijder ik zoveel mogelijk woekeraars die de ganzen niet bevallen. Wat de grazers wél eten laat ik staan, ze plukken weg wat ze lusten.

En een stukje zitweide maai ik geregeld kort. Als er geen onkruiden in stonden zou je het misschien gazon kunnen noemen. Ook maaien is een beheersvorm om grassen te bevoordeligen en (een aantal) onkruiden weg te pesten.

In de bloembakken, waar ook wat groenten en kruiden in staan, vullen klaver, paardenbloem en vogelmuur de gaatjes.

Irriterende planten

In en om de tuin komen er ook planten voor die voor huidirritatie kunnen zorgen. Vaak betreft het een fytofototoxische reactie: plantensap in combinatie met zonlicht zorgt voor jeuk, rode, branderige of pijnlijke vlekken of zwelling en soms blaren. Het is dan niet meteen duidelijk van welke plant je last hebt, het kan enkele - tot 48 uur duren eer huid en lichaam reageren. En het kan per persoon zeer verschillend zijn. Behalve van netels heb ik praktisch nooit last van irritaties bij huidcontact. Lange broek, lange mouwen en handschoenen zijn een goede voorzorg (ook tegen beten en steken). Sommige vlekken verdwijnen langzaam, zelfs pas na maanden.

Enkele voorbeelden van vele irritante kandidaten:

  • aronskelkfamilie (araceae) met kamerplant Dieffenbachia sequina
  • boterbloemfamilie (ranunculaceae)
  • brandnetelfamilie (urticaceae)
  • cactusfamilie (cactaceae, niet in mijn tuin)
  • composietenfamilie (compositae) met Achillea (duizendblad), Anthemis (stinkende kamille) en chrysanten
  • leliefamilie met tulpen- en hyacintenvariëteiten (bollen)
  • narcissenfamilie (amaryllidaceae)
  • schermbloemigenfamilie (umbelliferae) berenklauw, St. Janskruid (hertshooifamilie, hypericaceae), engelwortel, kervel
  • sleutelbloemfamilie (primulaceae) met Primula obconica
  • wijnruitfamilie (Rutaceae) met wijnruit en citrusvruchten (met bergamot, limoen en citroenen)
  • wolfsmelkfamilie (euphorbiaceae)

Er zijn mensen die ook last hebben van anijs, bleekselderij, dille, pastinaak, peterselie, vijg, wortel, boekweit, klimop..

 

Begroeiing tempert hitte en uitdroging, net als een isolerende vacht. Als op een teststrook met op 10cm hoog gemaaid gras de temperatuur oploopt tot 24,5°C, meet de niet gemaaide strook (ca. 25cm hoog) 19,5°C, en de kale aarde ernaast 43,8°C.

(Op een straat in de stad meet de schaduwzijde 36°C, de zonkant 43°C en het wegdek 50°C. In een vergelijkbare situatie maar met schaduwrijke (hoge) bomen is dat respectievelijk 18, 20 en  26 graden!)