Bij agroforestry of boslandbouw worden bomen en houtige gewassen samen of na elkaar gecombineerd met landbouw of veeteelt, meestal op een ecologische manier.

Het ontstond in de tropen ( ca. 1970), maar wordt nu ook in het westen en elders toegepast. Een begraasde fruitweide valt hier ook onder, net als kruid- of struiklagen tussen bomen. Bomen zorgen voor opbrengst (vruchten, hout), vruchtbaarheid (bladval), en houden de grond vast.

Regeneratieve landbouw of herstellende landbouw is een productiemethode waarbij natuurlijke hulpbronnen en vooral bodem en bio-organismen worden versterkt in plaats van uitgeput. Er wordt mét in plaats van tegen de natuur gewerkt door te (her)bebossen, biodiversiteit te vergroten, natuurlijke water- en koolstofcycli te verbeteren en vitaliseren op een natuurlijke en gezonde manier.

Bomen zijn hierbij belangrijk als regulator voor grondwater bij overmatige neerslag én droogte. Andere kernprincipes zijn gewasrotatie, bedekking van de grond het hele jaar door, weinig en minder ingrijpende grondbewerking, geen zware machines, meststoffen en sproeistoffen mijden, geen GGO, begrazen, dierenwelzijn, biodiversiteit, vruchtbare grond die regenwater en CO2 opslaat i.p.v.  laat ontsnappen.

Monocultuur verwijdert het leven en de diversiteit.

Als je de grond en het leven er in goed verzorgt, dan zorgt de grond voor je opbrengst.