Veel dieren, ook insecten en vissen, zoeken of maken een beschermde plek, een hol, om zich zo veilig mogelijk in terug te trekken. Vooral om te slapen.
Veel dieren maken een veilige en warme plek waar hun zwakke nakomelingen beschermd kunnen opgroeien. Soms wordt het nest of hol ook voorzien van een zachte binnenbekleding (muizen, mollen, ratten). Insecten maken cocons, of bijenraat, of een papieren wespennest, een holletje, of een bouwsel zoals mieren (bosmieren, termieten…).
Een konijn maakt tunnels, de bever een woning met meerdere kamers.
Genetisch dichterbij zijn er gorilla’s die dagelijks een stevig nest maken van takken. Vaak met een matras. Soms met bedekking, zelden met een afdakje.
Meesters in woningbouw zijn gevederd. Zwaluwen metselen met modder, speeksel en stro stevige constructies. Wevers (Maskerwever - Ploceus velatus, Republikeinwever – Philetairus socius, Bayawever – Ploceus philippinus) vlechten met grassen prachtige hangnesten om een vrouwtje te imponeren. De Prieelvogel (Ptilonorhynchidae) versiert het daarom zelfs met groepjes gekleurde bessen, paddenstoelen en afval.

GallischehoeveMet onze handigheid en intelligentie slaagden we er in natuurlijke grotten te verlaten en zelf beschutting te bouwen. Ondertussen reiken waanzinnige wolkenkrabbers naar 1.000 meter.

Met de middelen die we in onze omgeving vinden kunnen we een beschutting construeren.
Een iglo van sneeuw,
een eigen hol onder de grond of in een rots,
een hut van plaggen,
een dak van riet…

Oorspronkelijk in leem gebouwde woningen zakten na een tijd weer in elkaar. De grond werd dan wat geëffend, en daarop werd weer gebouwd. Zo ontstonden een woonheuvel: een tell (ook terp).

Hout en later koepelgewelven waren lange tijd de enige mogelijkheid om grote overspanningen te maken. Bouwmateriaal werd eindeloos gerecycleerd, van eiken balken voor huizen, tot kalksteen van piramiden of marmer van tempels.
Op pachtgrond (in 15de en 16de eeuw  voor vb. 44 jaar verpacht) van abdijen en landheren waren gebruikers, startende boeren, gerechtigd huis en stallen op te richten, en ook weer mee te nemen. De hele woning (hout, vlechtwerk, riet, leem) was 100% demonteer- en herbruikbaar!

Hout en leem zijn, zolang je ze droog houdt onder een goed dak, perfecte bouwmaterialen. Ze krijgen de laatste jaren terecht weer meer aandacht in de moderne bouwkunde.

Volkse architectuur  (of Vernacular Architecture) is gebaseerd op plaatselijke behoeften, materialen en tradities. Het is praktisch, functioneel en ecologisch, meestal zonder design of architect. Bouwwerken variëren van tenten (n (blok)hutten tot huizen en pagodes.