metselverbandenVoor metselwerk zijn de stenen beter vochtig (of nat). Anders onttrekken ze te veel en te snel water aan de mortel, waardoor het cement niet voldoende kan reageren en harden. Om mooi recht te metselen span je een touwtje tussen twee loodrechte profielen. Tik iedere steen stevig in de mortel. Tussen de stenen blijft een voeg van 12 tot 15 mm mortel. Let er op dat iedere steen in de lengte-, breedte- en hoogterichting recht ligt. Net boven het maaiveld wordt een (grond)waterkerende laag gelegd.
Bij een halfsteens verband komt de kop van iedere steen midden op de onderliggende steen uit. Houdt over de hele hoogte deze kopse voegen recht boven elkaar. (Andere verbanden zijn natuurlijk ook mogelijk.)

Halve stenen kan je ook bakken, maar meestal zijn er voldoende die breken zodat je ook stukken in diverse afmetingen hebt. Tegenwoordig worden die ook met een slijpschijf op maat gemaakt. Vroeger deden we dat gewoon door hard, rondom de steen, met de zijkant van het truweel te hakken. De baksteen breekt minstens 8 keer op 10 precies op dat slagvlak.

Je kan in 1 keer tot een hoogte van ca. 1,5 meter metselen. Dit hangt ook af van het gewicht van de stenen, de werksnelheid, de stevigheid van de mortel…
Kras de mortel voor hij droog is 15 mm diep weg om na 2 of 3 weken te voegen. (Of doe het meteen.)
Maak voor het voegen de voeg eerst terug nat. De voegmortel is vrij droog. Druk hem met het voegijzer (van het voegbord) stevig in de voeg. Na het voegen borstel je de muur.