Een mokerslag op de kop, gevolgd door het doorsnijden van een slagader (of halssnede), is naar ik meen de meest humane manier. Als je het nooit gedaan hebt is de nodige kracht voor een slag moeilijk in te schatten. Maar je kan niet té hard slaan. Mogelijk verpletter je de schedel, of vliegen er tanden uit de kaak. Maar dat is beter dan het dier te laten afzien door het niet (goed) te doden of te verdoven.

slachtmateriaalEen konijn neem je met 1 hand bij de achterpoten vast zodat de kop naar onder hangt. Stevig vasthouden (of binden, hangen) anders spartelt en springt je lunch ervandoor. Met je andere hand geef je een soort karateslag naar beneden. Raak het konijn net achter de oren. De wervels worden zo gerekt en de ruggengraat gebroken. Als je niet zeker bent van je stuk, gebruik dan een stevige, korte knuppel. (Vertrouw je je slagkracht niet, snij dan daarna de kop af of tussen twee wervels het ruggenmerg door.) Je kan ook een slachtpen (meestal schietmasker genoemd) gebruiken: een pin die door een veer, een kruitpatroon of luchtdruk door de schedel geschoten wordt. Als je ze nog kan vinden. De pen schiet in de hersenen en veroorzaakt blijvende bewusteloosheid, of 'verdoving'. Als in de media gepropageerd wordt te slachten onder verdoving, bedoelt men dus dit.

Duivenliefhebbers (?) weten dat je de kop er met één ruk kan afdraaien, of de schedel met je duim kan indrukken. Hoenders kan je met één slag van een bijl onthoofden. Als je een groter hoen (kalkoen, gans..) niet met 1 hand bij 2 poten en 2 vleugeltoppen kan vasthouden, vraag dan hulp. Bind de poten samen of draai het dier in een jutezak waar de hals door een gat kan steken. Of steek het door een verkeerskegel.

Hang het dier met de achterpoten (gespreid) op in twee lussen. Snij de keel door zodat het kan leegbloeden.

Geef ze de tijd om leeg te bloeden. Bloed bederft snel, en moet dus uit het vlees. Tijdens en na het slachten kan je bloedresten en klonters ook best uit hart en aders drukken en spoelen.

De tweede onprettige klus: plaats het dier met de anus op de grond en druk op de zachte buik om indien mogelijk de ontlasting er uit te drukken. Dan kan die later het vlees niet bevuilen.

Decennia geleden kochten slachters nog zelf een varken of koe. Het dier werd dan trots voor de winkel vastgemaakt, zodat iedereen zelf over de kwaliteit kon oordelen.
Tegenwoordig gebeurt slachten in abattoirs, achter muren. We willen de link met het levend dier niet meer zien en zijn daar zelfs (hypocriet) verontwaardigd over.

De slachter is de man die de slag, de genadeslag geeft. Zo hoor je meteen waar het woord vandaan komt. (Vlees- en beenhouwer zijn recentere begrippen.)


Het bedwelmen van vee voor het slachten gebeurt hier pas sinds eind 1800. Daarvoor werden dieren gekluisterd en kregen een halssnede. (Net als sommige religies nu nog voorstaan.)
De neksteek tussen achterhoofd en de eerste halswervel werd in zuidelijke landen meer toegepast. (Sommigen vermoeden dat deze techniek eerder zou verlammen dan bewusteloos en gevoelloos maken?)
Het ‘bedwelmen’ gebeurde eerst met een pen- of koehamer: een zware hamer of bijl met een pin op de achterkant. Ook losse pennen, gemakshalve vaak voorzien van een steel, werden gebruikt.
Later kwam de holle buis met pen. Daaraan werd soms een slachtmasker als blinddoek toegevoegd, zodat het dier de slag niet kon zien aankomen. Nog later werd de pen vervangen door een kogel. De benaming (pen)schietmasker bleef behouden. Om te vermijden dat de kogel achteraf in de gehaktmolen terecht kwam, werd die weer vervangen door een holle pen en losse patronen. (In slachthuizen wordt ook elektrisch verdoofd.)

De (in)slag wordt gegeven op het snijpunt van twee denkbeeldige lijnen die dwars van (de bovenkant van de inplanting van) het oor naar het andere oog lopen.
Daarna moet het dier zo snel mogelijk dood- en leegbloeden. Meestal door een keelsnede. Soms door een snede in de lengterichting. Die is even efficiënt en beschadigt minder vlees en huid. Ook een borststeek wordt soms toegepast: van aan de hals, 10 cm boven het borstbeen, in de richting van het hart.
Voor beide laatste methoden is wat ervaring en kennis van anatomie nuttig. Ze maken het makkelijker om het bloed op te vangen (doordat de wonde hoger zit).