Mensen hebben geen vacht. Onze (resterende?) beharing biedt geen bescherming tegen zonnestralen, stortregens of kou. Om ons te beschermen gebruiken we de huid van andere dieren.

Of de beharing: wol. Vilt.Saai was in de 16de-17de eeuw een populaire wollen stof, wat uniform groen (saai, dus). Het woord komt van het Latijnse sagum: soldatenmantel.

schoenenkledingMaar vooral van plantenvezels hebben we geleerd draden te maken, en die te verwerken tot textiel, kleding, tenten, draagtassen enz. In alle culturen vinden we dit terug, vaak met prachtige kleuren en geweven patronen.

Hoog in de bergen is het kouder dan op zeeniveau. De temperatuur daalt met 0,6 graden per 100 meter stijging. (Ook afhankelijk van wind, luchtvochtigheid ed.) Als je 1 kilometer stijgt, moet je dus rekenen op een afkoeling van ca. 6 graden.

Wind heeft een niet te onderschatten koeleffect. Als het bij windstil weer 10⁰C is, koelt het door een wind van 28 km/u af tot 0⁰C, en bij 48 km/u is vriest het aan -3⁰C. Je kan het zelf merken als je een hand uit het autoraampje steekt.
Fietsend ervaar je het koeleffect sterk, en merk je veel verschil tussen 10 of 20 km/u.
Als we vroeger in de winter naar school fietsten staken we 2 of 3 laagjes krantenpapier onder onze trui. Daar komt geen wind door. En dat scheelt echt wel wat. Moonboots waren er niet, maar onze voeten pakten we ook in lagen krantenpapier in voor ze in een laars gingen. Een enorm verschil. (Zolang het papier droog blijft!) Laagjes stilstaande lucht isoleren uitstekend. Test het maar eens uit.
Een dag fietsen op de Waddeneilanden heeft me eens letterlijk mijn (verbrande) vel gekost. Ik onderschat het afkoelend effect van wind niet meer.


"Ik slaap meestal naakt.
Dat voelt goed, behalve misschien op die lange vluchten."



Onderkoeling

Als je onderkoeld raakt, kan je sterven.
In (koud) water, of als je nat bent, zal je lichaamswarmte 30 keer sneller worden afgevoerd. Probeer dus vooral droog te blijven bij koude, ook door niet te zweten van inspanning. Het vocht helpt de isolatiewaarde van je kleding om zeep.
Je normale lichaamstemperatuur is 35,5 tot 37,5⁰ C.
Tussen 35 en 32⁰C begin je te bibberen: je spieren bewegen om warmte op te wekken.
Van 32 tot 28⁰C wordt het kritiek, je hartslag, ademhaling en metabolisme worden trager, je wordt slaperig.
Onder de 28⁰C raak je bewusteloos, verlamd en dood. Er is dringend medische hulp nodig. Geleidelijk opwarmen kan best van binnen uit, met warme dranken, warme lucht inademen. (Zeker geen alcohol!)

Alcohol kan de bloedvaten dicht bij de huid verwijden, maar in realiteit zal daardoor de lichaamstemperatuur zelfs nog verlagen.


Je lichaam probeert je kerntemperatuur (vitale organen, hersenen; body core temperature) op peil te houden.
Bij koude krijgen de extremiteiten steeds minder bloed aangevoerd en sterven af als je niks zou doen.
Tintelende vingers betekenen dat het bloed heeft zich al had teruggetrokken uit je extremiteiten, en nu weer terugstroomt na opwarming.
Om geen warmte te verliezen is droog blijven fundamenteel bij kou. Vermijd dus ook te zweten.

Uitsteeksels als neus, tenen en vingers zullen eerst bevriezen. De cellen gaan kristalliseren bij gebrek aan bloed(toevoer). Je bent aan onderkoeling gestorven voor je bevriest.

Het meeste warmte verlies je via je hoofd (omdat het vaak/deels onbedekt is). Zorg bij koude dus eerst voor een muts, kap of pet.


Kleren: masker van het lichaam.
 (Jan G. Elburg)