breienMet breien kan je ook een lap textiel (sjaal, trui…) maken. Op een lange naald of breipriem maak je lusjes die je aan elkaar breit. De pen heeft een knop op het eind zodat het werk er niet afglijd. Breien kan op 1, 2, ook (voor vb. sokken, in een rondje) op 3 of 4 naalden. Een dikkere naald geeft een luchtiger structuur. De dikte wordt gekozen in functie van de draaddikte, en kan van 2 tot 13 mm gaan.
Er bestaan verschillende manieren om een naald op te zetten en te breien. Hoewel ik het al gedaan heb, waag ik me er niet aan om de techniek in woorden te omschrijven. Je kan het beter stap voor stap afkijken bij iemand die het voordoet.
Je kan door het aantal steken te meerderen of minderen het werk breder of smalle maken. Aangezien het uit 1 draad gemaakt is, kan je er achteraf niet in knippen. Daardoor zou alles terug loskomen.

http://www.youtube.com/watch?v=LBjphVYKO14

Met een breiraam (twee balkjes met spijkertjes) kan er makkelijker gebreid worden.

Mazen zijn openingen in een net, gevormd door de elkaar kruisende draden van een netwerk. (Door de mazen van het net glippen: nipt ontsnappen.)

Mazen betekent ook breiwerk (of textiel, gaten) herstellen door met naald en draad zo nauwkeurig mogelijk de breisteek of het weefsel na te bootsen.
Het gat in het breiwerk wordt met horizontale draden overspannen door de draad links en rechts in het weefsel vast te rijgen. Daarna wordt hier verticaal met hechting in de gatrand door geweven.

De term wordt ook gebruikt om een soort borduurpatroon in een andere kleur ter versiering op het breiwerk aan te brengen.

Waarom brei je zo snel? Ik wil klaar zijn voor dat mijn wol op is.
Hoeveel schapen zijn nodig om een trui breien? Schapen niet breien.

Sokken stoppen
Stoppen van gaten was een klusje voor winteravonden. Er waren geen TV’s of games. Het gat zat altijd op de hiel of aan de teen. Om de juiste vorm te krijgen bij het stoppen kregen we van ons moeder een houten ei om in de sok te steken.

Toen de volksvrouw haar pennen liet zakken, zag ik hoe uitgebreid ze was.
(Johan Anthierens)