Het verven kan in verschillende stadia van de verwerking van wol gebeuren, zowel voor het spinnen, in het garen als na het weven. Van oudsher werden hiervoor planten gebruikt als wouw, wede en vooral meekrap.

Beitsen
Om kleurstof goed op wol te laten ‘pakken’ wordt de wol eerst gebeitst met kaliumbichromaat (oranje poeder dat een gelig effect geeft), wijnsteen (fijn wit poeder), aluin en vroeger ook urine. De schubben op de wolvezel openen zich hierdoor zodat de kleurstof zich beter aan de wol kan hechten. De meeste natuurlijke kleurstoffen hebben een beitsmiddel nodig om de kleur aan de vezels vast te hechten en de lichtechtheid te verhogen.
Aluin is het meest gebruikte niet giftige beitsmiddel. Los in een (niet aluminium) pan 15-20 gram aluin per 100 gram wol op in ruim handwarm water. Doe de wol erbij. Breng dit langzaam aan de kook en laat 1 uur zachtjes pruttelen. Laat het water vervolgens afkoelen tot zo'n 40 graden en je kan beginnen verven. (Het kan ook later als je de wol traag liet drogen.)

IJzersulfaat en kopersulfaat worden gebruikt voor het nabeitsen of fixeren. Ze maken de kleur wat donkerder.

Geel/oranje
De wouw (Reseda luteola) groeit in het Middellandse Zeegebied, en werd ook veel gekweekt in de streek rond de Oost-Vlaamse stad Aalst. Het is een eenjarige of tweejarige plant, die in juni tot september met lichtgele bloempjes bloeit. De plant kan op een zonnige plaats tot 1 m hoog worden. Het oogsten moet plaatsvinden voordat het zaad schiet. Wouw bevat de kleurstoffen luteoline en apigenine die geel verven. De grootste concentraties zitten in de toppen van de spruiten en in de zaden.
Wouw werd eerst in water met oude urine gekookt om het uittrekken van de kleurstoffen te bevorderen. Voor het verven van textiel worden aluin en zemelen gebruikt als beits.
Bij het verven van wol wordt de hele plant gebruikt: 200 gr. voor 100 gr. wol.

Helgeel krijg je ook uit guldenroede of populierknoppen.
Let bij het verven met uienschillen (Allium cepa) op de gewenste kleur, deze gaat van helgeel tot oranje-goud-bruin.
Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare): bloeiende toppen     gekleurdewolJeneverbes (Juniperus communis): verse geplette bessen
Klein hoefblad (Tussilago farfara): hele plant
Liguster (Ligustrum vulgare):  blad en jonge scheuten
Struikheide (Calluna vulgaris): jonge topjes
Verfbrem (Genista tinctoria): bloeiende toppen
Verfkamille (Anthemis tinctoria): bloemen
Groot dooiermos (Xanthoria parietina) (beschermd) geeft zacht geel.

Groen
Adelaarsvaren(Pteridium aquilinum):  jonge scheuten
Brandnetel (Urtica dioica):  hele plant
Liguster (Ligustrum vulgare] :  rijpe bessen
Mansoor (Asarum europaeum): wortel
Struikheide (Calluna vulgaris): verse takjes
Vlier(Sambucus nigra): blad
Berkenblad geeft fris groen

Blauw
Wede (Isatis tinctoria) is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Er kan indigo uit gewonnen worden. De plant kan 1 m hoog worden. De gele bloemetjes hebben vier kroonblaadjes en groeien in trossen.

De wede wordt geoogst, stuk gesneden en in een rottingsproces ingevoerd. Dan in een kleiachtige bal gekneed en gedroogd. De bal wordt met zemelen en veel water (met eventueel meekrap) vergist. Na een of twee dagen geeft dat een geel-groenige vloeistof.
Witte wol wordt tien seconden in de vloeistof gedoopt. Men ziet nu de wol blauw verkleuren.
Ook ammonia (of oude urine, om kleurvast te beitsen) kan in een kookbad bij 1.000 gr. bladeren gedaan worden voor 40 gr. wol.
Het drogen gebeurde meestal op maandag waardoor de ververs die dag niet veel te doen hadden. Vandaar de uitdrukking "blauwe maandag".

Paars/blauw
Alkanet of ossetong Alkanna tinctoria) (wortel) geeft tinten grijsblauw en paars.
Als je korstmossen (beschermd!) of lichenen laat gisten krijg je ook mooi paars.
Berendruif (Arctostaphylos uva-ursi): gedroogd blad  met aluin
Vlier (Sambucus nigra) (en bosbes): bessen

Rood (en roze, oranje)
Meekrap, ook wel mee of mede (Rubia tinctorum) is een plant uit Klein-Azië en het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied. Vanaf de 12de eeuw komt ze ook in Vlaanderen voor ( later ook in Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden). De ‘krapjes’ zijn de haakjes waarmee de anders liggende plant zich aan omringende vegetatie hecht en mee opricht.
De plant wordt 60-90 cm hoog en heeft kleine gele bloemen. De wortelstokken kunnen 50-100 cm diep gaan. Uit de wortels kan je Turks rood of kraplak halen dat vooral gebruikt wordt om textiel en leer te kleuren. De grondstof voor de rode kleurstof is alizarine, ze zit vooral in dunnere bijwortels. Meekrap leverde de grondstof voor de fel gekleurde, rode boerenzakdoeken. Jonge scheuten van de tweejarige plant werden door de modder gehaald en dan in goed bemeste grond geplant. De wortelstok wordt na drie jaar in september geoogst, een jaar gedroogd, en dan vermalen. Het poeder wordt met waterdamp en zuur behandeld. Daarna worden aluminium- en/of tinhoudende zouten toegevoegd. De verkregen kleurstof is dan in water oplosbaar en bruikbaar om weefsels te verven.

In 1868 werd in Duitsland ontdekt hoe alizarine langs synthetische weg kon worden bereid. De teelt van meekrap viel daardoor stil.

Om wol te verven is 25-50 gram wortelpoeder nodig per 100 gram wol.

De meekrap is familie van kleefkruid  (Galium aparine) waarvan de wortels gebruikt kunnen worden om een oranje tint te krijgen.
Ossetong (Anchusa officinalis): wortel
Walstro (Galium verum of Mollugo):  wortel
Zuring (Rumex acetosa): wortel

De schors van lijsterbes (Sorbus aucuparia) (voor rood of bruin).

Blad van els kan gebruikt worden om beige te kleuren.

Bruin kleuren kan met zevenblad (Aegopodium podagraria), of de bladeren van klein hoefblad (Tussilago farfara), de bloemen van boerenwormkruid (Tanacetum vulgare). Versnipper ze in een pan, doe er ruim handwarm water en de gebeitste wol bij. Laat dit een uur zachtjes pruttelen.
Braam (Rubus sp.): jonge scheuten
Jeneverbes (Juniperus communis): gedroogde bessen, geplet
Walnoot (Juglans regia): blad, groene dop en schil
Met walnootbladeren kun je ook ongebeitste wol verven, dat geeft een andere bruine kleur.

Zwart
Berendruif (Arctostaphylos uva-ursi): gedroogd blad met ijzer
Vlierbes (Sambucus nigra): bast
Moerasspirea (Filipendula ulmaria): wortel

Wol moet je eerder luchten dan wassen. Als je wast, doe het dan zacht, met lauw water, zonder weken of wringen. Anders heb je kans dat je vilt maakt.

(Zie ook <kleurstof>)