katoen

Katoen groeit hier niet, wel in tropische, subtropische en gematigde streken als Turkije, India en China, Amerika (Peru..), Afrika (Egypte..) Maar omdat het de grootste (plantaardige) textielleverancier is, (en de aarde opwarmt, wie weet…) toch een korte toelichting.

Katoen is een zachte, eencellige vezel die groeit uit de opperhuid van de zaden van de katoenplant. De vezels worden tot draden gesponnen waarvan zacht, luchtdoorlatend textiel gemaakt wordt.

De plukken worden geoogst, gedroogd en gekamd. Daarna kunnen ze gesponnen worden.

 

WasmachinesEr gaat slechts ca. 10% van het ruwe gewicht bij de verwerking verloren. Wat was, eiwit, en zaadresten, de rest is een natuurlijk polymeer van zuivere, sterkte en duurzame cellulose.
Elke vezel bestaat uit twintig tot dertig laagjes cellulose die om elkaar heen gedraaid zijn als een miniatuur brandweerslang die om zijn as gedraaid is. Door die windingen haken de holle vezels bij het spinnen aan elkaar.
De gemiddelde vezellengte gaat van 10 tot 50 mm. De buitenkant is bedekt met een waslaagje: de cuticula. Omdat die waterafstotend is moet de laag voor natbehandelingen verwijderd worden.

De katoenindustrie gebruikt grootschalig en schandalig veel chemische producten als kunstmest en insecticide (1/5 op wereldschaal), waardoor teelt maar ook verwerking zeer milieuonvriendelijk zijn.
Het grootste deel is tegenwoordig genetisch gemodificeerd.
Bij opslag en transport worden mot- en schimmelwerende middelen gebruikt. Daarna wordt het textiel aan chemische behandelingen onderworpen om de garens te sterken, te kleuren, het onderhoud te vergemakkelijken en stoffen ‘ mooier’ te maken. Deze chemicaliën komen via het afvalwater in het milieu terecht. Een deel blijft, ook na vele wasbeurten, als residuen in de kleding achter.