microbiologiezegelsMicrobiologie bestudeert de kleinste levensvormen. Ze zijn slechts 1 tot enkele cellen groot. (Uitzondering: de paddenstoelen, dit zijn ook schimmels, maar met een behoorlijk volume.)
Micro-organismen hebben geen weefsels of organen.

Ze bestaan uit organische stoffen. Die komen alleen in levende organismen en hun dode resten voor. Chemisch gezien zijn dat steeds ketens van twee of meer koolstofatomen. Aan deze C-atomen zitten weer andere. Ze vormen organische moleculen: eiwitten, koolhydraten (vb. suiker en zetmeel) en vetten.
Anorganische stoffen komen van levenloos materiaal. Het zijn andere verbindingen als water, ijzer, koper, zuurstof, ijzerzouten, kalkzouten etc. Anorganische stoffen komen ook in organismen veel voor.
Het opnemen en afgeven van stoffen is een stofwisselingsproces (metabolisme) dat in een cel kan dienen om celmateriaal op te bouwen (bouwstofwisseling of assimilatie) en om er energie uit te halen (bedrijfsstofwisseling of dissimilatie.)
Een levend organisme heeft stofwisseling, kan nakomelingen krijgen, en reageren op prikkels uit de omgeving.
 

Van groot naar klein:

um (1 mm=1000 um)

eencellige algen

1- 500

protozoën

1-500

schimmels

2-300

gisten

2-15

bacteriën

0,3-10

archaea

0,1-15

virussen

0,01-0,3

Deze organismen zijn zo klein dat we ze niet kunnen zien. Maar we beseffen: het krioelt er overal van. Zonder kweekjes, labo en toestellen zijn ze niet te onderzoeken. Bacteriën en de grote structuren in hun cel zijn nog te zien met microscopen. Virussen zijn te klein om nog te onderscheiden.
Een microbe is een minder gebruikte benaming voor micro organisme dat met het blote oog (bijna)niet waarneembaar is. (minuscule insecten, bacteriën, larfjes…)