stroopstokerStroop (uit het Arabisch šarab via Latijn siropus) is een dikke, geconcentreerde vloeistof met veel suikers (sacharose). Het werd lange tijd gebruikt om maaltijden te zoeten.

Een traditionele stroop wordt van appels en/of peren gemaakt.
Door peren toe te voegen kon een nog hoger suikergehalte worden bereikt.
Door het hoge suikergehalte is het, afgesloten van lucht, zonder koeling lang houdbaar.
10 tot 20 kg vruchten zijn goed voor 1 liter stroop.
Kook de vruchten. Pers de massa in juten doeken, die verstoppen bijna niet. Laat indikken door te koken. Roer regelmatig over de bodem om aanbranden te voorkomen.


Als het ingedikte vruchtensap voldoende suiker bevat laat de stroop zich meerdere jaren bewaren.
Om aanbranden te voorkomen werd bij aanvang ook wel een laagje suikerbiet op de bodem gelegd.

stroopketelHet woord siroop wordt vaak gebruikt voor dunnere stropen (bijvoorbeeld limonadesiroop).

Sap van de bekende Canadese ahorn wordt (zoals hier berkensap) afgetapt. Men kookt het vocht en dikt het in om een siroop te krijgen om te zoeten. Het sap bevat 2,5% tot 5% suiker. Er kan 20 tot 25 liter per boom gewonnen worden.