Weven is het maken van lappen textiel door horizontale en verticale groepen draden te vervlechten.
weefspoelenLange afhangende draden waarvan het grootste deel nog opgerold is worden naast elkaar vastgemaakt en evenwijdig gespannen. Dit is de schering (of ketting). Zij bepaalt de breedte van de lap. Soms worden de scheringdraden (of kettingdraden) ingelijmd om ze te versterken.
Door een kantelende balk met groefjes waarin alle even draden passen, en diepe groeven waardoor de oneven draden niet meebewegen worden de even draden naar voor gedrukt. In de opening tussen even en oneven draden wordt een spoel met garen gegooid om een draad (inslag) te weven. Die wordt met een kam aangedrukt. Daarna kantelen de oneven draden naar voor, en wordt de schietspoel weer terug gegooid. Zo wordt draad per draad de lap verder opgebouwd. Het lijkt een heel gepruts. Maar met een goed weefgetouw en wat ervaring wordt dat schering en inslag

Door met schachten of kammen in een bepaald patroon de kettingdraden op te tillen of te laten vallen, ontstaan weefseltekeningen.
De schietspoel is een schuitvormig blokje met daarin een spoel met draad, die tijdens het heen en weer bewegen wordt afgewikkeld.

bandenweven


Wandtapijten: werden gemaakt ter vervanging van behangpapier,
dat toen nog niet bestond.

(Gaston Durnez)

gewevenwol