Als de huiden niet direct gelooid worden kunnen ze bederven. Om dit te voorkomen worden ze gepekeld( in een oplossing van keukenzout, zoutzuur en water).
Rauwe huid kan soepel gemaakt en gedragen worden maar bij regen wordt hij na opdrogen stug en stijf. En als hij lang nat blijft gaat hij rotten.

Eerst wordt de binnenkant op een harde ondergrond met een schraper, een scherf van been of steen naar de randen toe helemaal proper geschraapt (het vlezen) tot de huid wit ziet. Voor bont laat je de haren er op.

Je kan de huid een nacht in urine zetten. Ochtendurine bevat het meeste ammoniak. Door de inwerking van ammoniak en zuren trekt de huid samen. Hierdoor is de haarinplant dichter en steviger. Daarna de huid uitspoelen.

huidenRauwe huid kan je nu walsen, desgewenst ook roken en gebruiken. Looien maakt hem duurzamer.

Om leer te maken worden de haren verwijderd. De huid wordt in(kalkrijk) water of water met houtas gelegd. Dit zorgt voor een bacteriële en respectievelijk een chemische aantasting van de opperste huidlaag. Hierin zitten de haarwortels vast. Door de aantasting van de opperhuid door de rotting of het loog kunnen ze gemakkelijk worden afgeschraapt (het smarten).