Villen gaat gemakkelijker terwijl het kadaver nog warm is.
Dit wordt meestal gedaan bij andere dieren om de vacht als pels of leer te gebruiken. Bij varkens zelden. De huid blijft aan het spek of de ham, wordt zelfs mee opgegeten of verwerkt (in worst of hoofdkaas), of als snack (knabbelspek).

villenJe werkt het makkelijkst als je het dier met de achterpoten gespreid met een stevig touw op een goede werkhoogte kan hangen. Als het te zwaar is, bindt het dan op een soort ladder en zet die (met wat hulp) tegen een muur (of boom). Als dat niet kan leg je het op de rug, en zal je de huid als ondergrond moeten gebruiken.

Neem tussen de achterpoten de huid en maak er een snede in waar je een of twee vingers in krijgt. Peuter met je vingers de huid los in de richting van en tot aan de voet. Je zal telkens vervolgens de huid verder moeten doorsnijden. Rond de voet snij je de huid door. Daarna doe je de andere achterpoot.
Werk nu de huid recht naar de aars los. Laat rond de aars een centimetertje vast zitten. Maak ook de achterkant en de staart los.

Kleinere dieren kan je nu stropen door de huid helemaal naar beneden te trekken.
Bij grotere snijd je de huid verder door van de aars over buik en borst tot de keel.
Je hebt er veel kracht bij nodig. En een mes om vliezen los te snijden.
Varkens worden niet gestroopt, maar geschrobd en geschuurd. De huid blijft aan het spek en de ham zitten. Ze worden eerst geschoren (als je de haren kan gebruiken) of gebrand. Om ze schoon te schuren gebruik je zelfs een rasp, vb. een sardienenblik waar je veel gaatjes in sloeg.

Nog een eng onderdeel: de oren snijd je af, rond ogen en mond blijf je gewoon doorstropen, je snijdt het vanzelf los.