Hout bestaat vooral uit de celwandbestanddelen cellulose en hemicellulose, die worden samengehouden door lignine. De cambiumlaag onder de schors maakt nieuwe cellen (hout) aan en vormt zo jaarringen door seizoensinvloeden. Het hout binnen het cambium is al afgestorven.
Hout krimpt als het droogt en zwelt als het vochtig wordt. Het werkt eerder door vocht dan door temperatuur, ieder seizoen en iedere dag opnieuw. Bij constructies met andere materialen moet je hier voldoende rekening mee houden.
Barsten ontstaan dwars door de jaarringen naar het hart van het hout.
Bomen (in alle seizoenen) en houtsoorten herkennen vraagt oefening en ervaring.

zaagkuilEen plank gezaagd volgens de straal van het hout (van het midden van de klok richting kwartier) is kwartiers gezaagd. Dosse is als een cirkelkoorde gezaagd.

Om een stam in planken te zagen werd in onze streken een zaagkuil gebruikt, soms een stellage. Een man beneden, en een boven om een grote trekzaag te bedienen. De Chinezen hadden nog een eenvoudiger truc: een fors kader in de vorm van een A. De stam werd door het bovendeel geschoven, en vormde met de 2 voeten een stabiele structuur.

Reactiehout wordt gevormd als reactie op een niet stabiele stand bij (dreigende) scheefstand (door verzakking, zoeken van licht, windbelasting, (zwam)aantasting). Reactiehout komt voor aan één kant van een boom als weerstand tegen doorbuiging. Om het evenwicht te herstellen vormen loofbomen trekhout en naaldbomen drukhout, op de plaatsen waar spanningen optreden. Trekhout vormt zich aan de bovenkant van de stam en trekt de stam in de goede richting, drukhout vormt zich aan de onderkant, en duwt de stam naar stabielere stand. In reactiehout is zowel de anatomische opbouw van de celstructuren anders, als de chemische samenstelling. Er is een verhoogd aandeel lignine en andere extractstoffen. Auxine is een groeihormoon. Het wordt in de bladeren aangemaakt en naar beneden getransporteerd. Het blijft in spanningszones zitten en stimuleert daar de groei van hout.

Aan de kant waar reactiehout wordt gevormd zijn meestal brede groeiringen te zien met een abnormaal grote hoeveelheid laathout waar de ringen het breedst zijn. De boom heeft vaak een enigszins ovale in plaats van ronde vorm.

houtenservieskDrukhout is ook aan de onderkant van takken aanwezig. Het heeft meestal dikwandige cellen en is vaak donker roodbruin('roodhout'). Het is veel harder dan het normale hout van dezelfde soort, maar heeft meestal lagere sterkte-eigenschappen. Bij het drogen veroorzaakt het doorgaans een grote en onregelmatige lengtekrimp waardoor het krom trekt.

Trekhout situeert zich ook aan de bovenzijde van takken. Ook hier zijn de groeiringen doorgaans breder, de celwanden dikker en de structuur harder en dikker dan bij gewoon hout.
Doorgaans is het minder opvallend dan drukhout, maar heeft dezelfde krimpeigenschappen.

Omdat reactiehout aangemaakt is om spanning te compenseren, komt er bij het verzagen enorm veel spanning vrij. Krimp, scheluw of krom trekken zijn veel groter.

Bij de zonsverduistering op 11 augustus1999, registreren plantsensoren in België voor het eerst in de geschiedenis hoe het bos reageert op het plotseling gebrek aan licht: de sapstroom valt stil.
Sensoren meten dat de stam het onevenwicht in watervraag- en aanbod opvangt en compenseert door uiterst kleine fluctuaties van zwellen en krimpen in een vast dagelijks patroon.
De bladeren beginnen te transpireren bij het eerste zonlicht. De stam reageert als een elastische tube op dit onevenwicht en krimpt. Er wordt water door de wortels aangezogen. Dat gaat nog even door als de bladeren bij zonsondergang hun huidmondjes sluiten.

Stère
Een stère is een volume van 1 kubieke meter (kuub) gestapeld brandhout. Afhankelijk van vorm (gekloven, krom..), schorsdikte, houtsoort is dit gemiddeld 0,66 m³ ( 1,50 stère is ongeveer 1 m³).
 Eik, beuk, es wegen ca. 490 kg per stère. Luchtdroog loofhout weegt gemiddeld 400 kg, 1 stère naaldhout 300 kg. De overeenstemmende stookwaarde voor 1 stère luchtdroog hout is voor loofhout: 400 kg x 15.2 MJ/kg = 6.08 GJ. Voor naaldhout: 300 kg x 16.8 MJ = 5.04 GJ.

De verbrandingswarmte (op een schaal van 0-10; 10 correspondeert met 9,2 GJ/m³), komt in grote lijnen overeen met de hardheid,  die sterk afhankelijk is van de volumieke massa, en parallel loopt met de prijs.
Hout is een natuurlijk en ongelijkmatig materiaal, de eigenschappen zijn dus ook variabel en afhankelijk van groeiplaats, structuur...
Om hout correct te verbranden moet de verbrandingskamer een temperatuur hebben van 400 à 500°C.

 

Elzen 7,1

Kastanje 8,5

Beuk 9,2

Populier 5,3

Berk 7,9

Fruitbomen 8,6

Eik 9,2

Wilg 5,8

Iep 8,3

Esdoorn 8,8

Acacia 9,8

Linde 6,4

Noten 8,5

Es 9,1

Haagbeuk 10

Naaldhout is (enkel) geschikt als aanmaakhout. Het is berucht om het vervuilen van rookkanalen en het spetteren en vonken bij het branden.

Den 5,7

Grenen 6,1

Lariks (lork) 8,4

Vuren 9,6

‘Eigen haard is hout waard.’ (J.R. Koert)