Mensen zullen zich eerst wel hebben beholpen met grotten en gaten, of bomen als regen- en windscherm. In sommige prehistorische grotten zijn resten van windschermen gevonden: gestapelde muurtjes bij de ingang. De eerste stappen naar het bouwen van een eigen nest.

vitswerk2Muren maken gebeurt overal met het beschikbare materiaal dat in de omgeving te vinden is. Meestal door het op te stapelen.
IJsblokken kunnen iglo’s vormen.
Plaggen en stenen worden tot muurtjes gestapeld.
Ook van (mammoet)beenderen zijn woningen gestapeld.
Tegenwoordig worden er nog adobes gebouwd van grond. Varianten stoppen de grond eerst in (lange, smalle) zakken. Of in autobanden.

Als de stenen in pasvorm geklopt worden stapelen ze steviger. Piramides en tempels overleefden eeuwen. Ook werden in rotsen of ondergronds leefruimten uitgehakt.
Met een bindmiddel als mortel of beton kunnen we eeuwen later nog Romeinse aquaducten en theaters bewonderen.

Meer vergankelijk riet en twijgen werden gebruikt om muren te vlechten.
En geweven doeken of huiden om tijdelijke of permanente tenten op te zetten.

Om een boomstamhut winddicht te maken werden de spleten gebreeuwd (zoals bij schepen) en gevoegd. Grotere openingen worden dichtgepropt met droog materiaal als stro of mos. Het voegen gebeurt met leem of klei, soms ook gemengd met gekapt droog materiaal of zaagmeel. Bij 2 delen klei (grond met +30% klei) werd in Amerika vaak een deel gezeefde hout as en 1/2 deel zout gedaan.En voldoende water om het kneed- en smeerbaar te maken.

Bij vakwerkbouw zijn alle randen en openingen gemaakt uit degelijke eik. Toen mensen later bakstenen gingen maken en gebruiken vonden ze die onvoldoende betrouwbaar. Vaak terecht, door het wisselvallige bakproces. De te zachte stenen verkruimelden en verpulverden vaak. Daarom werd het vakwerk vaak in natuursteen nagemaakt. In oude huizen, kastelen en hoeven zie je daarom nog dat de hoekstenen, ramen en deuren uit natuursteen zijn, en de vakken daartussen met baksteen zijn ingevuld.