Stollingsgesteente(vb. graniet) ontstaat door stollen van gesmolten steen)t (magma);
sedimentair gesteente (tufsteen, hardsteen voor graven en dorpels) door bezinken of neerslaan van sediment; en
metamorf gesteente (marmer, lei) door het groeien van nieuwe mineralen in een ander gesteente. Door erosie kan steen afgebroken worden en weer nieuw gesteente vormen.
Vooral de Niedermendiger basaltlava werd in Nederland gebruikt voor o.a. molenstenen.

Uit gesteenten worden mineralen, ertsen of bruikbare elementen gewonnen.
Natuursteen zoals graniet, leisteen en marmer worden ook als bouwmateriaal gebruikt.

Steen bewerken

SteenkapperTegenwoordig worden kamerlange kettingzagen en metershoge cirkelzagen gebruikt om steen te zagen. En iedere hobbyist heeft een slijpschijf. Makkelijk.
Vele eeuwenoude bouwwerken overal ter wereld bestaan uit geweldig grote en bewerkte stenen. Uit de Romeinse tijd is een watermolen (schudzaag) gekend die gebruikt werd om steen te zagen. Veel onderzoekers beweren dat steen vb. ook in Egypte gezaagd werd. Dat zou gedaan zijn met bronzen zagen met juweel-tippen (diamant?). Precieze info over samenstelling en vorm van de zaag, hechtmethoden voor de punten enz. vond ik nog nergens. De goed bewaarde stad Efese staat vol met bewerkte marmeren stukken. Volgens een gids zou voor het zagen een zijden draad gebruikt zijn, en er zou zand in de zaaggroeve gestrooid zijn. Voor (vrij zacht) marmer lijkt dit mogelijk. Maar moeilijk om perfect rechte en scherpe hoeken te krijgen. Proeven met koperen of bronzen cilinders en schuurzand toonden aan dat er zo steenkernen kunnen uitgeboord worden.

Om blokken steen te klieven kunnen er wiggen in gehamerd worden. Om een meer gecontroleerde, rechte breuklijn te krijgen wordt er eerst een rij gaten geboord. Daarin steekt men telkens 2 L-vormige, breder wordende splijtijzers (met de korte beentjes van de L bovenaan, uit elkaar wijzend). Daartussen worden dan een tussenbeitel geklopt.
Een andere methode is droog organisch materiaal in de gaten persen (erwten, schors, hout) en dit voortdurend natter maken. Door het zwellen en uitzetten gaat de steen dan barsten.
Voor de bewerking moet rekening gehouden worden met de textuur en de spanning in de steen. Duidelijk gelaagd gesteente als leisteen is makkelijk in de lijnrichting te splijten.

Steenblokken of platen kunnen verder gekapt of bewerkt worden, van grof tot zeer fijn.

gesmedesteenbeitelskBruut of rustiek: ruw gekapt
Bossage: een vlak bewerkte rand als afboording
Spitsen: met spitshamer of hamer en spitsijzer het oppervlak meer gelijk maken
Boucharderen: met een bouchardhamer een ruw, gelijkmatig gekorreld oppervlak maken. De hamerkop heeft een dambordpatroon van ingesneden V’s, zoals de houten hamer die gebruikt wordt om vlees mals te kloppen.
Scharreren: bovenlaag vlak maken (om eventueel te schuren)
Frijnen: met klopper en ceseel evenwijdige groeven slaan (fijner dan scharreren)
Kathedraalslag: gefrijnd groevenpatroon van vierkante mazen loodrecht op elkaar
Visgraatslag: frijnslagen in visgraatvorm
Schuren: met een hardere, abrasieve steensoort over het gescharreerde oppervlak schuren
Zoeten: glad maken, traditioneel met een mengsel van half rauwe, half gekookte lijnolie.
Polijsten: glanzend maken met vb. amarilpoeder of loodschraapsel.

De enige steen die sommigen bijdragen, gooien ze in een ruit.
 (Karel Jonckheere)
Wie onder ons de vlugste is, werpe de eerste steen
 (Milton Berle)


http://nl.wikipedia.org/wiki/Steenhouwer
http://home.planet.nl/~vink0077/vuursteen.html