Het belangrijkste onderdeel van de woning is het dak.
Als er vocht binnensijpelt gaan muren en materialen schimmelen en rotten, en woon je ongezond. Tot de constructie het begeeft.

rietdekken

De dragende structuur bestaat uit stevige balken die het gewicht van het dak kunnen dragen.
Voor een goed dak gebruik je zo weerbestendig mogelijk materiaal. Vaak was dit voorhanden zijnde streekeigen (en duurzaam) materiaal.
Uiteindelijk zal het toch wel begeven.
Stro soms al na een paar jaar.
Leien en dakpannen na meerdere decennia.

Het is belangrijk dat het dak een flinke helling heeft.
Water moet snel afgevoerd worden, en de dakbedekking moet kunnen drogen voordat algen, schimmels en mossen zich er op kunnen nestelen.
Is je dakbedekking poreuzer, zachter, sneller vergankelijk, maak de helling dan steiler.

 

En controleer je dak regelmatig.

 

Mossen werden vroeger gebruikt als verpakkingsmateriaal. Ook om bedden (ligplaatsen) te vullen, putwanden, kieren in woningen en bootrompen (tot de 19de eeuw) af te dichten, en als toiletpapier. De 5.000 jaar oude Ötzi droeg het in zijn kleding (als isolatie en/of om voedsel te verpakken).
Vooral als turf werd het als brandstof gebruikt.
Omdat het goed vocht vasthoudt en decoratief is wordt het in bloemstukken gebruikt.
Het werd tot in de eerste WO gereinigd, gedroogd, gesteriliseerd en in gaas verpakt als wondverband.

Mossen zijn oeroude "lagere", vaatloze planten met een primitievere bouw. De kleine, groene kruidachtige (land)planten groeien dicht op elkaar in matten of kussens op rotsen, bodem of als epifyten op de stam of bladeren van bomen. Mossen zijn pioniers, filters en indicatoren. Een geoefende kijker kan aan de mossen zien hoe het gaat met de luchtkwaliteit en klimaatopwarming.

Levermossen (Hepatophyta) zijn de meest primitieve mossen (met oliecellen).
Hoornmossen (Anthocerotophyta) lijken meer op echte plantjes. Ze steken als hoorntjes boven het oppervlak uit, en hebben nooit oliecellen.
Echte mossen (Bryophyta ) hebben een duidelijker stengelachtige en bladachtige opbouw, maar geen echte stengel, blad, weefsel of wortel. Wel rizoïden (wortelachtige structuren), die niet gebruikt worden voor voedselopname.

De weinig verwante korstmossen zijn een mutualistische symbiose van schimmels die leven met (blauw- of groen)wieren (algen). Ook zij hebben geen wortels. De alg maakt zijn voedsel via bladgroen, zonne-energie, gassen en voedingsstoffen uit de lucht. De schimmel gebruikt dat ook, neemt water met opgeloste zouten op en beschermt de alg tegen droogte, hitte en teveel licht.