De eenvoudigste vorm, Spaanse stijl, bestaat uit een halve cilinder, aan een kant taps toelopend. Met de smalle kant naar beneden kunnen de hoger liggende pannen niet naar onder schuiven. Naast elkaar wordt de voeg tussen twee rijen met de bolle kant naar onder afgedekt door een rij met de bolle kant naar boven.
Het model wordt Monnik en non genoemd, zonder sluiting. De nonnen worden dus door de monniken gedekt. (Altijd al stiekem gedacht.) Dit geeft een dubbele dekking. (Ook dat nog!)

Hoe vermenigvuldigen zich nonnen en paters? Door celdeling! (Theo Bergsma)

stropoppenLater kwamen er neusjes onder aan de onderpan zodat die aan een lat kon worden gehangen. De bovenpan kreeg vanboven een hoedje waar de bovenliggende pan op rust.
Eigenlijk zijn alle pannen varianten hierop. De holle pan of Pottelbergpan is een monnik en non aan elkaar: zo krijg je een flauwe s vorm die plat ligt. Om deze pannen stabiel te leggen en een betere winddichting te krijgen werden er vroeger stropoppen (of strodokken) tussen de pan en de panlat gestoken. Een bundeltje stro (iets meer dan duimdik) werd hiervoor dubbel geplooid en ca. 4 cm daaronder met stro samengebonden. Het losse ondereind stak ca. 4 cm over de onderliggende dakpan. Het uitstekende stro rotte aan de buitenkant een paar centimeter weg. De poppenen sloten de kieren vrij goed af.

 

 

stropoppen onderkBij nieuwere varianten wordt het holle deel vlak(ker) en groter. Door groeven en rillen (ribbels) te gebruiken kunnen er zowel op de zij als op de kopse kant enkele en zelfs dubbele sluitingen gemaakt worden. Dit verbetert de water- en winddichtheid aanzienlijk. Er worden ook modellen gemaakt die niet recht onder elkaar, maar in halfsteens verband gelegd worden. Voor de afwerking van de zijkanten worden speciale (linkse en rechtse) vormen gemaakt met een 90 ⁰naar beneden geknikt deel.


Dakpannen maken

Als je kan potten bakken, kan je ook halve potten zonder bodem bakken. Grondstof en bakproces zijn gelijkaardig.
Een gewone dakpan is na 14 tot 20 uur drogen en na 15 tot 16 uur bakken bij een temperatuur van 1.020 graden natuurrood.

Als de oven extra wordt doorgestookt, en de zuurstoftoevoer wordt afgesloten, wordt zuurstof uit de metaalverbindingen in de klei omgezet en wordt de pan grijsblauw van kleur. Dit heet smoren.

Er kan na het drogen ook een klei of glazuurlaagje met metaaloxide aangebracht worden.

Aangezien je voor dakbedekking veel pannen nodig hebt is het handig een vorm en een (hand)pers te gebruiken. Dat werkt veel makkelijker en sneller, en levert een eenvormiger resultaat.

Als je bij de nog vochtige klei een gaatje steekt in het lipje waarmee de pan aan de panlat haakt, dan kan je ze ook nagelen of binden, en ook als gevelbekleding gebruiken.


Een dakdekker valt. Een voorbijganger vraagt: 'Wat is er gebeurd?'
 Dakdekker: 'Weet ik niet. Ik ben hier pas.'