Hout kent veel toepassingen. Alle hout kan gebruikt worden voor timmerhout, meubels, draaiwerk. Maar sommige soorten bleken beter voor specifieke toepassingen. Alleen opmerkelijke toepassingen of eigenschappen van courante streekeigen soorten worden vermeld.

Naaldhout is doorgaans zachter dan loofhout. De in Nederland meest gebruikte soorten naaldhout zijn vurenhout (Picea abies, fijnspar) en grenenhout (Pinus sylvestris, grove den).
Jeneverbes (Juniperus communis), Grove Den (Pinus sylvestris) en Taxus (Taxaceae) zijn onze drie inheemse naaldboomsoorten.

Grenen (Pinus sylvestris), grove pijn of grove den: timmerwerk, masten, spanten. Grove den werd gebruikt als mijnhout omdat de stutten, lang voor ze bezweken, al begonnen te kraken en zo de mijnwerkers verwittigden voor een instorting.
Grenen heeft een kleurverschil tussen wit tot gelig spinthout en licht tot roodbruin-geel kernhout. Het wordt gebruikt voor timmerwerk, spanten ed. Bij het bewerken ruik je een duidelijke terpentijngeur.

Vuren (Picea abies of excels) is egaal crèmekleurig met duidelijke jaarringen, lichter, en wordt vooral gebruikt voor papier, palen en plaatmateriaal.

Dennen(hout) wordt als term (ook) gebruikt voor het geslacht Abies (zilverspar of -den), heeft een rechte draad en is witachtig. Het spinthout is niet te onderscheiden van het kernhout. Toepassingen: dakconstructies, kisten, meubels, kleine voorwerpen, kaasplanken, verpakking.

Loofbomen zijn bladverliezend en groeien in de winter niet. Naaldbomen nog een beetje.

Loofhout

houtsoortenToen de boeren in de jaren ’70 een rooipremie kregen om hun hoogstam fruitbomen op te ruimen (ongemakkelijk (hoog) en minder productief dan laagstam monocultuur) heb ik er honderden geveld. (Tja, sorry). Van gehoorbescherming hadden we nog niet gehoord. Wel van kettingzagen. Met blijvende gehoorschade tot gevolg. Er zijn toen veel soorten verloren gegaan. Twintig jaar later gaf dezelfde overheid premies om opnieuw hoogstam te planten…. Met weinig succes.
Het hout diende meestal als brandhout. Van zijn appelaars wilde een boer planken laten zagen. (Zo groot en dik konden en mochten fruitbomen toen nog worden.) Omdat het volgens hem de enige houtsoort is die niet door varkens kapot en opgevreten wordt. Ik heb het onthouden, maar er nooit ergens bevestiging voor gevonden.

appel (Malus sylvestris): blijft lang werken, behalve na 2 jaar wateren. Voor varkensstallen?
berk (Betula pendula): speelgoed, tennisraket
beuk (Fagus sylvatica): buigbaar zonder stuik, meubels, keukengerei (smaakloos), speelgoed. Beuk splintert nauwelijks.
buxus of palm (Buxus sempervirens): heften van messen, tanden van tandwielen in molens, stangen in rondsels of lantaarntandwielen, assen, wieltjes, blaasinstrumenten (mondstukken), weefspoelen, meetlatten, spatels. Sterk, dicht en glad. Wortelhout voor pijpenkoppen.
eiken (Quercus): vaten, schepen, bouw, trappen. IJzer zorgt door looizuur voor sterke verkleuring.
els (Alnus glutinosa L.) zacht, taai, duurzaam (onder water (iep ook)) gebruikt als geriefhout, borstelstelen, draaiwerk en voor onderwaterconstructies. Half Venetië is gebouwd op elzen heipalen, de pijlers van de Rialtobrug in Venetie hebben al eeuwen getrotseerd. Vroeger ook voor waterleidingen, pompen, draineerbuizen.. gebruikt.
es (Fraxinus excelsior): taai, ski, (hockey, golf)sticks, gereedschap, stelen, speren, keu, schaats, roeiriemen, laddersporten, buigzaam (tennisraket), turntoestellen, katrollen (pokhout voor de schijf), kan tegen nat, er zijn zelfs ooit waterleidingen mee gemaakt.
esdoorn (gewone-) (acer pseudoplatanus): speelgoed, (snaar)instrumenten, mangelrollen, knoppen, vioolrug
haagbeuk (Carpinus betulus L.): slagershakblok (neemt nauwelijks vocht op, geeft geen smaak af), pianotoetsen, parket, onderdelen van muziekinstrumenten, trommelstokken, houten hamers, kranen voor vaten, tandwielen, katrollen, lijmtangen, sledebomen, ski's
hulst (Ilex Aquifolium): (splintert niet) kammen, toverstokken (!!)
iep of olm (Ulmus): (krui)wagens, wielen, molenonderdelen, naven, hamers, houten pompen. Splijt en ontbrandt moeilijk. Zeldzamer sinds de iep(en)ziekte, een schimmel in de houtvaten, verspreid door iepenspintkever (Scolytus). In de jaren 1970 en 2000 was er een vernietigende golf van deze zeer besmettelijk plaag.
kastanje (tamme-) (castanea sativa): palen, omheining, buitenwerk (onbehandeld, duurzaam)
kersen (Prunus avium): fineer, instrumenten, geweerkolven. Er is helaas nog weinig hoogstam.
lariks (Europese, Larix decidua) biedt volgens oude geschriften goed weerstand tegen houtworm en vuur (deels vuurvast). In de grond geslagen werd het zo hard als een steen.
linde (Tilia): draaiwerk (Russische poppetjes), speelgoed
noten (Juglans regia): binnenschrijnwerk, pianokasten
peren (Pyrus communis L.): blokfluit, wijnpers, vormvaste glasblaasvormen, 'drukblokken' met uitgesneden letters voor de boekdrukkunst, linialen, machinedelen, spinnewielen, borstelruggen, keukengerei, kegels, paraplustokken, speelgoed, knopen en schroeven
populier (Populus alba L.) klompen, lucifers, verpakking (van kaasdoosje tot pallet)
robinia (robinia pseudo acacia): Robinia is het duurzaamste hout dat in ons klimaat groeit.
Constructiehout, gelamineerde liggers, brugonderdelen, damwand, palen, wijnvaten, tuin- en straatmeubilair, vlonders, deuvels, wagenbomen, velgen, laddersporten, tandwielen, trommelstokken, kammen, oliepersen, stelen, harken, eggen, naven, spaken,
spork of vuilboom (Rhamnus frangula) splijt zeer recht en vlak en werden daarom gebruikt als vitsen (vlechtwerk voor lemen muren), latjes waarop bijen raat in de korven maken, en houten spijkers, vooral om zolen (onder schoenen en klompen) te bevestigen.
taxus (Taxus baccata L.): (harsloos hout!!) bogen, speren. Kan 2.000 jaar oud worden. (De bes is giftig.)
vlier (Sambucus nigra): (blaas)pijpen, buisjes, fluiten(vandaar: vliere- of flierefluiter.)
wilg (Salix alba L.): klompen, (manden)

De zwarte populier (Populus nigra) is door cultivars  als Canadapopulier (kruising van de zwarte populier met een Amerikaanse populier) een bedreigde boomsoort in Europa. Het was de Europese productieboom bij uitstek, vooral voor daktimmerwerk.
Ik liet me vertellen dat ze best gekapt werden in november bij afnemende maan. Dan zouden ze quasi onaantastbaar zijn na 2 jaar drogen, en sterk als eik. Of het echt waar is? Weet ik niet. Maar het geeft aan dat onze voorouders goed observeerden en (al dan niet terechte) verbanden legden, en hun kennis generaties lang doorgaven.

Haagbeuk (carpinus betulus), herkenbaar aan zijn “gespierde” stamreliëf, heeft hout waarvan de vezels heel erg in elkaar verstrengeld en gedraaid zijn. Het is dan ook nauwelijks of niet te klieven. Maar dank zij die eigenschap gebruikte men het hier vroeger om koppen voor houten hamers van te maken. En ander slaggereedschap, zoals tanden voor houten molenraderen. En mogelijk ook dorsvlegels.

Een alternatief, hout met een gelijkaardige structuur, is de onderste 50 cm van de stam van een berk.

 

Het hout van de Amerikaanse eik is veel minder duurzaam dan dit van onze zomer- en wintereik.

Wintereik heeft meestal een langere, rechtere stam dan zomereik. Daarom wordt het kernhout van wintereik gebruikt om mega grote tonnen en kuipen (van duizenden liters!) voor gegiste dranken te maken.

‘Waar een wilg is, is een weg.’ (Jan Van Der Hoeven)


Niet enkel bomen, ook struiken leveren (soms zeer goed) bruikbaar hout.

jeneverbes (Juniperus communis): palen, pijpen, emmers
kardinaalsmuts (Euonymus europaeus): de tak lijkt vierkant door kurklijsten. Ze heeft een vieze, giftige vrucht. Het hout wordt gebruikt voor spoelen, klossen van spinnewielen, gereedschappen en pijpenstelen, tandenstokers, breinaalden, vleespennen, schaakstukken, houtskool voor buskruit , vogelkooien. Gemalen gedroogde zaden als insecticide tegen luizen.
gele kornoelje (Cornus mas): De gele bes dient voor jam, (brande)wijn.. Het hout voor (smeed)hamerstelen, wandelstokken, drumsticks.
meidoorn (Crataegus) hout is erg hard en werd vroeger gebruikt als schavotblok (voor onthoofdingen), stelen, fijn snijwerk, wandelstokken, egtanden, kamraderen in molens en hamers (slagmolens).

Veel info ook over andere houtsoorten vind je bij http://www.houtinfo.nl/main.php?mn=0&id=1002

Een speciale exoot die ik toch meldenswaard vind:
Pokhout (Guaiacum officinale L .) komt van het Caribisch gebied en Midden-Amerika. Het is zeer hard en een van de zwaarste houtsoorten. Versgezaagd is het een beetje groen en kan het soortelijk gewicht zelfs 1.500 kg / m3 bedragen!
Pokhout is zeer hard maar toch goed te bewerken en te draaien. Het is van nature vet, dus 'zelfsmerend' en zeer geschikt voor lagers, glijblokken en schaafzolen, scheepsaslagers, windmolenbouw, aslagertjes, tandwielen, katrolschijven, hamerkoppen voor plaatwerk, mesheften, draaiwerk enz.. Omdat het zo duurzaam is wordt het ook in de chemische industrie toegepast op plaatsen waar nylon smelt en roestvrij staal gaat roesten. Ook voor schroefaslagers in schepen wordt pokhout nog steeds gebruikt.

Een houten been wordt gemaakt van kreupelhout.