De kern van hout bestaat uit merg in het centrum, met daarrond concentrische jaarringen met dwars erdoor straalsgewijze harskanalen en houtstralen. Het spinthout is het buitenste, nog niet verkernde, lichter gekleurde hout dat sap naar boven voert. Het is een nog levende opslagzone voor voedingsstoffen. Het centraler gelegen kernhout is (bij bijna alle bomen) dood. Aangezien er ieder jaar een ring bijkomt, geeft het aantal jaarringen de leeftijd van de boom weer. In dorre jaren zal die ring smaller zijn dan in goede jaren.
Tegen de buitenste jaarring zit het cambium, de groeilaag tussen schors en hout die in het voorjaar te zien is als een vochtige film.

bastDaarna komt de bast met aan de buitenkant het kurkcambium, dat schorscellen vormt. Met als laatste de zichtbare en harde, droge, kurkachtige buitenkant, de schors.
Het cambium vormt naar binnen hout, dat voedingsstoffen van de wortels naar de bladeren transporteert.
Naar buiten vormt het cambium een veel dunnere laag bastweefsel, om de producten die in de bladeren gevormd worden (voornamelijk koolhydraten) naar elders te vervoeren.

Bast is vooral levend weefsel, schors is dood materiaal. De schors is vergelijkbaar met onze opperhuid, het buitenste verhoornde huidlaagje. Onder dat vel ligt de veel dikkere, doorbloede lederhuid, vergelijkbaar met de bast.

Deze buitenste, meestal ruwe en gekloofde, zichtbare laag van de bast is de schors.
Doordat er steeds nieuwe lagen bijkomen kan die verscheidene centimeters dik worden. De barsten ontstaan door de groeiende omvang van de stam.
Bij sommige soorten schilfert de buitenste schorslaag af.

Enten
Bij het enten wordt het cambium van een gewenste soort vastgemaakt op het cambium van een bestaande stam of tak. (Zie <Enten>)

Aanplant beschermen
In een weide die door schapen, ezels, geiten of paarden begraasd wordt moet je bescherming rond (jonge) bomen voorzien, anders wordt de schors er afgeknaagd. Gebruik spijlen of mazen met openingen waar ze niet tussen kunnen. En maak de draadkooi hoog genoeg. Vooral geiten (en herten) zijn knabbelaars. Een rondom ontschorste boom gaat dood.

Ringen
Bij het ringen wordt een strook schors (met bast en cambium) van ca. 15 cm rondom de stam verwijderd, zodat alle sapstromen onderbroken worden. Dit gebeurt meestal in de zomer. De boom sterft hierdoor af. Een te smalle ring kan terug overgroeien.
Ringen wordt in bosbeheer gedaan om het percentage staand dood hout in een bos te verhogen, en exoten (Am. vogelkers (Prunus serotina), Am. eik..) te elimineren.

Draad
Als je omheining aan een stam wil vastmaken, doe dat dan niet met spijkers of krammen. Liever met een draad rondom de stam, die met de dikte van de boom kan meegroeien. Anders zal ook de omheining met de jaren in de schors en in het hout vergroeien. Spijkers en draad in de stam zijn een gevaar voor de kettingzaag en maken het mooiste deel van de stam waardeloos voor de zagerij.

Sleunen
Gebruik bij waardevol hout liever geen sporen om in de bomen te klimmen. (Zie <Sleunen>.)
Iedere inslag vormt een roestkleurige vlek die het hout quasi waardeloos maakt.

Palen ontschorsen
Als je stammen of takken wil gebruiken als palen, of wil bewaren, kan je ze best ontschorsen. Schors en bast bevatten veel voedingsstoffen en worden graag door insecten aangetast. Ontschorst hout blijft langer goed.

Mulchen
Schors kan je gebruiken als bodembedekker. Zelfs in siertuinen wordt het decoratief gebruikt. Het kan natuurlijk ook op de composthoop. Of, als ze gedroogd is, in de kachel.

Veelzijdige berk-en-bast
berkenschorspottenkBerk hoort bij de pioniersvegetatie:  de begroeiing die als eerste vrijgekomen grond gaat koloniseren. Op kale vlakten kan de zon nieuwe vegetatie doen barsten of uitdrogen, vooral in het voorjaar met koude nachten, gevolgd door een heldere hemel. Sommige bomen (bv den) kregen daarom een kurkachtige, isolerende schors. De berk kreeg een witte bast tegen de zon(nebrand). Die weerkaatst licht en hitte.
De buitenste laag van de schors vernieuwt voortdurend en lost soms in dunne repen die door de betuline een groot weerstandsvermogen tegen bederf hebben. Ook nat zijn ze als vuurstarter te gebruiken.
Omdat ze licht, waterafstotend en zeer duurzaam is werd de schors ook als dakbedekking gebruikt.

Berkenbast is ook als schrijfmateriaal (papier) gebruikt, zoals Guido Gezelle in een gedicht verhaalt. En als dakbedekking. Er werd zelfs kleding van gemaakt, schoenen, beenwindsels, capes. Ook kommen, draagtassen en zelfs kano’s. Of fakkels en kaarsen. Of er wordt berkenpek van gestookt. En het sap wordt nog altijd gebruikt als drank, remedie, voor wijn en shampoo.
De knoppen en bladeren bevatten bruikbare saponinen (zeepstoffen), looistof, hars, vluchtige olie en glycosiden (suikerachtige stoffen). Berkenblad kan dienen als verfmiddel voor wol.


Eikenschors
Vooral de schors van jonge eiken bevat zeer veel looistoffen. De gedroogde bast (eek of bark) werd gemalen en in (lauw) water geweekt om tannine te onttrekken. De vloeistof heet run.

Kurk
De kurkeik (zie <Kurk>) (Quercus suber) levert allicht als stop in de wijnflessen, en als isolatiemateriaal, vloer- of wandbekleding, een van de meest bekende toepassingen van schors.

Vezeltouw (Uit <Textiel / Verse vezel, handtouw>)
De beste schors voor bindmateriaal is afkomstig van dunne takken. Die schors is dunner. Gebruik walnoot (Juglans), linde (Genus Tilia), wilg (Genus salix), es (Fraxinus), iep (Ulmus), kers (Prunus), ceder (Cedrus), tamme kastanje (Castanea sativa), esdoorn (Acer), populier (Populus deltoides), eik (Quercus).

Wilgenbast
De zachte binnenbast van wilg bevat salicylzuur en wordt al eeuwen gebruikt als aspirine.

Eetbare schors
Het beste is de zachte schors vlak boven de grond of bij blootliggende wortels. Hierin zitten de meeste voedingsstoffen. Berk, spar, den, wilg zijn bruikbaar. Je kan de gedroogde, geroosterde bast tot meel malen, of slierten als spaghetti koken (of rauw eten).

Bast en schors worden algemeen en zeker in niet gespecialiseerde literatuur alle twee gebruikt voor het geheel van buitenlagen rond een tak of boom.