De grote handboog heeft dezelfde lengte als de schutter.
De boog maakt men van stevig en buigzaam taxushout (of iep, esdoorn..). Er kan een pijlsteun voorzien worden, anders rust de schacht op de hand. De boog zal langer meegaan als je die regelmatig met olie of vet insmeert, en na gebruik telkens ontspant.

boogVoor de pezen gebruiken we hennep, pezen of darmen. Om ze soepel te houden worden ze geregeld ingevet. De uiteinden en het midden, waar de keep van de pijl komt, kunnen verstevigd worden door extra omwikkelingen. Zo kan je ook een keeppunt markeren.
Door pijlsteun (op de boog) en keeppunt (op de pees) te gebruiken krijgt iedere pijl steeds dezelfde positie. Dat bevordert accuraat schieten.
Standaardiseer ook je eigen houding en positie. Houdt vb. ook je hand met gespannen pees steeds aan dezelfde plek op je oor. Een afwijking van 1mm wordt op afstand al snel uitvergroot tot 1m afwijking!

Voor de pijlschachten gebruikte men meestal essenhout. Het zwaartepunt moet zich 7 à 10% voor het middelpunt van de pijl bevinden. Dunne pijlen gaan verder maar zijn breekbaarder.
Voor het maken van pijlen, zie: speer.

Tot op een afstand van ongeveer 100 m. is het voor bedreven schutters mogelijk zuiver te schieten.

Rechte boog: recht middenstuk en rechte werparmen.
Reflex boog: middenstuk en/of werparmen gebogen van de koord weg.
Deflex boog: middenstuk en/of werparmen gebogen naar de koord toe.
Duoflex boog: combinatie van reflex en deflex boog.

De longbow was manshoog en vereiste veel kracht. Hij kon 300 meter ver schieten en deed qua penetratievermogen amper onder voor de kruisboog.

De oudste maar reeds ver ontwikkelde bogen uit 8.000 BC zijn gevonden in Denemarken (Holmegaard-moeras). De oudste in Nederland gevonden boog (Hardinxveld-Giessendam, opgraving 1997-98) is uit 5.500-5.300 BC. Meestal werd iepenhout gebruikt.

Later kreeg taxushout de voorkeur. Het tegen compressie bestendige kernhout was naar de schutter toe gekeerd, en het rekbare spinthout wees naar voren. Eigenlijk dus al een soort composietboog die uit één stuk kon gemaakt worden.

Variant
In India werd er ook met kogel en boog geschoten. Midden op de pees zit er dan, als bij een katapult, een leren lapje voor de kogel. Bij het lossen van het projectiel wordt de boog met een polsbeweging snel zijwaarts gedraaid, zodat de boog (of je hand!) niet geraakt wordt.

Er werd ook gebruik gemaakt van een pijl die aan de pees vastzat, met een kokertje i.p.v. een punt. Hierin kan je, als hagel, meerdere steentjes of kogels doen.

De Plumbata is een korte Romeinse werppijl van ca. 54 cm en woog verzwaard door ingegoten lood ca. 0,4 kg. Het ovale gewicht zit kort achter de punt met weerhaken. Tot in de middeleeuwen werd het wapen (vooral tegen ruiters, ridders en paarden) gebruikt. Volgens Vegetius overtrof hij de speren (pila) en werpspiesen ruimschoots in bereik en precisie.

Touw pijl
De pijl is vast gemaakt aan het eind van een touw dat als een slinger wordt rondgezwaaid en losgelaten in de richting van het doel. Het wordt nog gebruikt in de nationale Chinese marital arts (Wushu).

Een pijl wordt meestal afgeschoten (met een boog (of katapult, blaaspijp)) en heeft een punt, een schacht en stabilisatievinnen. Een (langere) speer wordt geworpen of als steekwapen gebruikt. Er is geen wezenlijk verschil. Maar we kennen ook werppijlen. Darts in het Engels. (Van het Proto-Germaanse darothuz.) Er zijn meerdere tussenvormen.

In Zonhoven (be) is (twee)jaarlijks in september een Europees kampioenschap Prehistorie, waarbij deelnemers op een jachtparcours in de natuur doelen moeten treffen met zelfgemaakte pijl en boog, en speer (en werper). Ook vuur maken hoort bij hun kunsten. Je kan er ook merken dat specialisatie loont.
De beste materiaaldeskundigen zijn niet noodzakelijk de handigste wapenmakers. En verder de beste schutters ook nog niet de beste jagers.


Gelukkig is er zwaartekracht. Anders zouden dode vogels in de lucht blijven. Verwarrend voor jagers.
 (Steven Wright)