fuikenMaak een grote, lange conische mand die je in het water kan leggen. De grootte van de mazen bepaalt welke visformaten er nog door kunnen ontsnappen. Als ingang maak je een brede trechter die zeer smal uitloopt en de vis tot in de mand geleidt. Leg of hang er wat aas in. Of probeer vis naar de fuik te jagen. (Met een gepaste fuik vang je ook (aas)vliegen, muizen,…)

Om ter vermijden dat gevangen prooi ((te) gemakkelijk) weer ontsnapt kan je op voldoende afstand 2 of drie trechtervormige ingangen na elkaar maken.

Je kan een gelijkaardige vaste constructie ook in een rivier bouwen met stenen en takken.
Of je kan het maken in een getijdengebied (lagune…) zodat vis er bij hoog tij in kan, maar bij laag tij niet meer er uit. Dit kan natuurlijk ook met netten. Fuiken en vallen kunnen in afmeting dus variëren van de grootte van een potje of fles, tot een volledige lagune.

Potvis: lesbische zwemster