Een pees is een zijlijn van een net, al dan niet verstevigd. Een bovenpees kan voorzien zijn van vlotters om het net omhoog te houden, een onderpees kan verzwaard zijn met gewichten.

Plat net

Een getijdenval kan je op het strand maken met platte netten, (tongnet, beuzenet, carrelet). Het is een enkelwandige, rechthoekig net dat horizontaal op het strand verankerd worden.
De vierde, vrije pees (landinwaarts) heeft vlotters en drijft bij vloed. Vis die bij vloed het nat strand opzoekt komt bij afgaand tij in het net vast te zitten. Je vindt zo vaak platvissen onder het net in het zand verborgen.

kruisnet

 

Kruisnet

Een totebel of kruisnet is een vierkant visnet aan twee elkaar kruisende gebogen staken. Je legt het opengespreid op de bodem, en als de rust weergekeerd is haal je het snel op.

 


Werpnet

werpnetEen werpnet is een rond net dat aan de randen verzwaard is en over vis(scholen) wordt geworpen. Het vraagt oefening. Met een ruime zwaai moet het net na de worp opencirkelen. Door het oppervlak van de verzwaarde ring op de bodem te verkleinen kan je de vissen samendrijven en ophalen.

Tip: gooi je net enkel in ondiep, doorwaadbaar water.

Schepnet
Ik heb het, laag over de bodem, al vis zien vangen. Meestal niet groter dan 3 cm. Die zijn ook eetbaar.

Sleepnet

Het net wordt open gehouden door verbonden beugels. Meestal uit ijzer, want het moet over de bodem slepen. Houten beugels zouden dus moeten verzwaard worden. Het net wordt gesleept door een boot, een man of een paard. Garnalen en platvissen worden verstoord en opgevangen. Een sleepnet verwoest de bodem en geeft veel (ongewenste) bijvangst.

Warrelnet

Het warrelnet is een staand loshangend netwerk van licht en soepel garen waarin vissen en schaaldieren met vinnen en stekels verward raken.
Soms zijn de onder- en bovenpees met elkaar verbonden door touwen die korter zijn dan het gestrekte net, waardoor zich een vangzak vormt.

 

Botkloppen (Platichthys flesus)  was een manier om te vissen op de bevroren voormalige Zuiderzee. Materiaal en vangst werden op sleden getransporteerd. Men hakte een bijt van 2 bij 2 meter met daar rond kleinere bijten en hing met lange staken ('flodderlat' , tot 17 meter) gordijnvormige netten in een stervormig patroon onder het ijs. Door met de een meter lang eikenhouten 'botklopper'  op het ijs te bonken werd de op de bodem rustende platvis (bot ) opgeschrikt. De vissen stoven alle kanten op, de netten in.

 

Sommige stammen gebruiken gif om vis te doden of te verdoven. Het lijkt me wat riskant om hier aan te beginnen. Dan kan je al net zo goed met dynamiet gaan vissen.

Bijvangst is de vangst van niet bedoelde soorten door niet selectieve vistechnieken. Het gaat om minsten 40% van de vangst, of 38 miljoen ton/jaar. 90% van de teruggegooide vis overleeft het niet.
Behalve vis worden o.m. ook schildpadden en albatrossen gevangen. Ook door spooknetten (640.000 ton vistuig/jaar, dat soms nog 600 jaar doorvist). http://www.bijvangst.org/

De vissen bevatten zoveel kwik dat ze hun eigen temperatuur kunnen meten.
(Gene Perret)
Een visser kan ook  bot vangen.