nachtvissenJe kan ook ´s nachts vissen. Baars, blei en voorn zijn voorbeelden van "dag-azers" in zoet water. Geep, makreel, fint, in zout water. Makreel vang je meer overdag. Karper, paling, tong en kabeljauw ´s nachts. Hoe hoger een vis zwemt des te minder goed is hij is te vangen in de nachtelijke uren. Hij heeft licht nodig, gebruikt zijn ogen om voedsel te vinden.
Vissen die een goed reukvermogen hebben zijn (ook) in het donker actief. Ze komen dan ook dichter bij de kant dan overdag. Een sterk ruikend aas vangt meer in de nacht dan een neutraal aas.

Er zijn ook vissen die ´s nachts op licht afkomen. Met een lamp voor de boot zou je meer kunnen stropen. Ook kreeften, kikkers en schildpadden worden door licht als het ware gehypnotiseerd.

'Zit hier veel vis?' 'Ik weet het niet. Ik vis hier nog maar een maand.'
(Theo Bergsma)

Vissen is saai, tenzij je iets vangt, dan is het vies.
(Dave Barry)

Snoek stropen met een strop

Het duikt geregeld eens op in de jongensverhalen van (hoog) bejaarden. Van een dunne metaaldraad maak je een lus, die je in een vuurtje van haar glans ontdoet.  Om die in het water te kunnen manoeuvreren maak je ze stevig vast aan een tak of stok. De snoek ligt vaak op een beschaduwd plekje met zijn kop net boven de bodem op een prooi te wachten. (Toen was het water nog zo helder dat je dat vanaf de oever kon zien.) Je beweegt heel traag en voorzichtig. Je schuift het stropje over zijn kop tot over de kieuwen. De snoek schiet vooruit en je haalt hem met een ruk binnen. Let wel op voor zijn tanden!

In het SAS survival handboek wordt de strop van staart naar kop over de snoek geschoven.


'Wat vist u?' 'Baarzen.' 'Al wat gevangen?' 'Nee.'
'Hoe weet je dan dat je baars vist?'