Je kan vis ook spiesen met een speer, pijl en (kruis)boog of een harpoen (speer met weerhaken aan de punt).

visharpoenAls je een rechte stok schuin in het water steekt lijkt het alsof hij een knik maakt onder het wateroppervlak. Licht heeft in water een andere brekingsindex dan in lucht. Je ziet van boven het water dus niet precies waar dingen zich onder water bevinden. Probeer met je stok iets te raken, en je begrijpt hoeveel je, afhankelijk van de diepte, moet corrigeren.
Je moet dus of heel bedreven zijn, of veel geluk hebben om op die manier een vis te raken.
Daarom heeft een visspeer meestal meer punten. (Zoals de drietand van Neptunus.) Klief de top van een dikke speer stervormig tot ca. 20 cm diep. Spreidt de spijlen door er takjes tussen te slaan. Punt iedere spijl (en snij er best ook een weerhaakje aan). Steken werkt, gooien meestal niet.
Als je onder water (met een duikbril) kan jagen heb je geen last van de vervorming door lichtbreking. Je vangst zal er boven water wel veel (ca. 1/3de) kleiner uitzien.
Een andere mogelijkheid is ervoor te zorgen dat je je recht boven de prooi bevindt (waden, bootje). Dan zie je geen vervorming.

Tip voor speervissen: voor je een harpoen schiet of gooit, doe er een touw aan…

(Gezien onderwaterjacht over korte afstanden gaat volstaat een touw van enkele meters, met op het einde een drijver. En prikken is veel effectiever dan gooien. Veel gecamoufleerde vissen vertrouwen er op dat ze onzichtbaar zijn, en blijven gewoon onbeweeglijk liggen, zelfs als je vlakbij bent.))

Andere alternatieve vistechnieken

Een filmpje op internet toont een dakloze die door een enkeldiepe L.A. rivier waadt en kinderhoofd-dikke keien gooit naar de vissen. Na een minuut heeft ie een flinke karper ‘beet’.

De bot (Platichthys flesus) is een platvis (tot 50 cm) met rij duidelijk voelbare knobbeltjes achter de kop en langs de zijlijn en prima camouflagekleuren, verwant aan de schol, die in kustwater en rivieren voorkomt. Hij heeft onregelmatige vlekken. (Schol is helemaal glad, de huid van de bot voelt ruw aan als je van staart naar kop wrijft.)
Hij is zelfs te verschalken door er op te trappen. Botjes trappen doe je met blote voeten in 30 cm diep water. Als je voelt dat je op een botje staat pak je de vis bij zijn staart uit het water.

Ernest Claes vertelt (in De oude klok) “Op een afstand van enkele meters maakt men, met het onkruid uit de beek en met graszoden, twee licht dijkjes, die even boven het water uitsteken, en het water laten doorsijpelen, maar niet de vissen. Zodra die klaar zijn begint men het water tussen de dijkjes t “meuren”, te vertroebelen, met er door te baggeren en het grondslijk met de voeten op te halen, tot het zo donker vuil wordt dat de vissen de kop naar boven steken om lucht te happen. Met de handen of met de pet vangt men ze dan gemakkelijk.”  (Maar meestal ging het om een schrale vangst met waterdiertjes en heel kleine visjes.)

In Cambodian (Putsor village) wordt in ondiep water en op oevers vis gevangen door een trechter van gevlochten twijgen als een mini-werpnet snel over een vis te zetten. (Khmer fishing). Het is zo succesvol dat men er in de droge periode zelfs rivieren afgedamd, of vijvers leegpompt om met korven en schepnetten vooral katvis te vangen of met stokken en handen, schepnet of doeken uit de modder te peuteren.

Saponines (uit zeepkruid, kastanje..) kunnen vissen bedwelmen en zelfs doden.

(zie ook <Pleuren>; en Botkloppen bij <Netten>.


Collega, toen een visser na twee uur wachten een voet verzette: 'Zeg, ben je hier om te vissen of om te dansen?'
Toen ze de vissers hoorden komen namen de vissen vlug de benen.