Planten ontwikkelden truckjes en hulpmiddelen om hun zaad te verspreiden. Kennis hiervan kan helpen om de zaden (tijdig) te verzamelen.
Soms maken ze parapluutjes of propellers die het zaadje verder door de wind laten meevoeren.
Of ze gebruiken weerhaakjes of kleverige stengels waardoor zaden blijven plakken aan honden, koeien, mensenbenen.
Sommige planten draperen een lekkere bes rond hun zaad waardoor dieren (vooral vogels) ze eten en veel verder weer bemest uitwerpen. Of noten die als wintervoorraad elders opgeborgen worden.
Bij springzaad (Impatiens) springen de zaaddozen bij aanraking open zodat de zaden weggeschoten worden. Bij viooltjes worden de zaden zo bij droogte weggeslingerd.
Sommige zaden blijven makkelijk drijven door luchtholten of een waterdichte wand en ontkiemen langs oevers of bij overstromingen verder landinwaarts.

De levenscycli van sommige zaden en planten is zeer complex en specifiek. De orchis is een geslacht uit de orchideeënfamilie. Ze hebben zeer veel zaadjes, zo klein als stofjes, vaak maar 1/4 mm groot en een miljoenste gram zwaar. Ze bevatten zo weinig voedingsstoffen dat de hulp van een schimmel nodig is voor het doorboren van de zaadhuid, de ontkieming en het aanmaken en leveren van voedsel. Deze vorm van mutualistische symbiose om voedingsstoffen uit te wisselen tussen plant en bodemschimmel heet mycorrhiza. De schimmel dringt via de wortelharen de orchideeënwortel binnen en tapt daar suikers af. Omgekeerd kan een orchidee met hulp van bodemschimmels veel efficiënter allerlei mineralen uit de bodem opnemen.
De plant heeft vaak vele jaren nodig om tot een volwassen vruchtdragend exemplaar uit te groeien.

De reigersbek (Erodium cicutarium) gebruikt een ingenieuze manier om zijn zaadjes weg te schieten, en daarna zelfs de grond in te boren. Het spiraalvormige aartje kan zich onder invloed van wisselende vochtigheid opwinden (of ontwinden) om zichzelf te begraven.
Merk in het filmpje ook het amper zichtbare bodemleven op dat ondertussen voor honderden veranderingen zorgt.