SnoeienIk ben een snoeianarchist. Zonder snoeigids in de hand gebruik ik wat gezond verstand. En een snoeischaar. Ik snoei tussen september en maart, als ik er tijd en zin voor heb. En als het niet vriest. Op een mooie, zonnige winter- of voorjaarsdag. Liefst in februari. Ik snoei niet iedere boom of struik ieder jaar. Maar als ik snoei knip ik wel behoorlijk wat weg. Daarmee probeer ik een mooie, open vorm te krijgen waar licht in kan. En waar ik makkelijk een ladder in kan zetten en kan plukken.
Oud en dood hout gaat eruit. Takken die kruisen, of over elkaar schuren, of buiten bereik groeien, of te dicht bij elkaar komen: weg. Lange, doorschietende waterloten of langloten: zwaar inkorten of wegknippen. En verder laat ik de natuur graag wat zijn gang gaan. Die weet het beter dan ik.

Over hoe het echt zou moeten bestaan er vaak evenveel visies als er snoeiers zijn.
Snoeien doet groeien. Aan de wondranden schieten terug scheuten uit. De meeste knip je weer weg. (Kan ook in de zomer.) Na een zware snoeibeurt heb je volgend seizoen wat minder vruchten. Maar daarna weer net meer.

Laagstam wordt jaarlijks gesnoeid. Hoog- en halfstam krijgen de eerste jaren vormsnoei, en na het vijfde jaar: om de 2-3 jaar onderhoudssnoei.

Een kruin heeft lucht en licht nodig. Zon laat vruchten rijpen. Zon en wind drogen snel de natte bladeren zodat schimmelsporen minder kans krijgen om te ontwikkelen.

Zwaar snoeien (met de kettingzaag) geeft het risico dat de boom kapot gaat door al die groeiprikkels. Werk dus met een meerjarenplan, in fasen om grote takken weg te halen.
Ook bij een verwilderde, oude haag die veel te breed werd kan je beter slechts één kant inkorten. Het volgende jaar bv de bovenkant, en een jaar later de andere zijde.

Planten en hun groei zijn afgestemd op de seizoenen en het zonlicht dat ze nodig hebben. De grootste groeikracht hebben zij tijdens de langer wordende dagen in de lente. Na de zonnewende (24 juni, Sint Jan) neemt die af. Sint Jansloten zijn late uitloper aan een boom, van na die datum. Hagen en struiken moeten vanaf dan normaal veel minder gesnoeid worden.

Zelfs bij een drastische snoeibeurt mag je nooit meer dan max. 20% wegnemen. (Mee info over snoeien: op /123bomensnoeien.be/bomen-snoeien-onderhouden-soorten-wanneer-en-hoe/ )

perenboomAppelaars en perelaars worden regelmatig gesnoeid.
De vruchten staan vooral op kortloten, de korte knobbelige takjes.
Langloten zijn onvruchtbare gladde en rechte twijgen die vooral in de eerste groei-jaren uitbundig wassen. Dus veel kortloten zorgen voor veel en klein fruit. Om grotere vruchten te krijgen kan je de kortloten in de lente uitdunnen. Een snelgroeiende boom maakt weinig bloemknoppen. Een rijkelijk bloeiende en vrucht dragende boom (met veel kortloten) groeit weinig.

De meeste vruchten groeien op éénjarig hout, niet op oud hout. Het vruchthout bij peren heeft een langere levensduur. Bij 'Conference' tot 2 jaar oud. Perenbomen zijn ook pas laat vruchtbaar.

Eenjarige twijgen laat je staan, ofwel snoei je ze aan de basis, helemaal weg. Half inkorten heeft weinig zin. Je knipt dan net alle potentiële knoppen weg. Je krijgt dan zeer veel scheuten, maar geen fruit.

Verticale takken groeien veel en bloeien weinig. Bij horizontale takken is dat net omgekeerd. Je krijgt dus meer bloesems en vruchten door éenjarige takken horizontaal te buigen, zodat ze het volgend jaar bloeien. Je ziet in plantages dat er hiervoor vaak takken met een touw aan de stam naar beneden gebonden worden. Of er worden betonnen gewichten, of plastieken flessen met water aan gehangen. Later zal het gewicht van de vruchten de takken horizontaal houden.

Laagstamperen groeien snel en sterk. Als groeiremmer wordt aan wortelsnoei gedaan (wortels met een spade doorsteken). Of om de 2 tot 4 jaar inzagen (ca 2 weken voor de bloei). Hierbij wordt op 1 of 2 plaatsen de stam zelfs tot de helft ingezaagd. Dat zou voor meer vruchten zorgen. Persoonlijk denk in dat het eerder een paniek- en overlevingsreactie van de boom is die voor meer vruchten zorgt. Maar ja, daar gaat het bij de productie natuurlijk net om.


Steenvruchten (pruim, kers, kriek, perzik, abrikoos) worden veel minder gesnoeid. Doe het voor of na de bloei, of direct na (en zelfs tijdens) de oogst. De gemaakte wonden genezen dan nog een beetje voor de winter, waardoor de kans op loodglansaantasting vermindert.

De perzik heeft veel warmte en beschutting tegen vorst en regen nodig, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur. Het is een vroegbloeier (maart – april). Om vruchtzetting te krijgen is bestuiving door insecten nodig. Dat lukt zelden in die periode in ons klimaat. Handmatige bestuiving is dan de oplossing.

Fruitbomen kunnen, afhankelijk van soort, onderstam, standplaats ed. 30 tot 100 jaar oud worden.


walnoten2Notelaars worden maar zelden gesnoeid. Vroeger werden noten geknuppeld: met een stok gooien of slaan om de noten er af te halen. Dat volstaat als snoeiwerk. Enkel een vormsnoei in de jeugdfase eind maart tot half april is nuttig.

Wanneer beginnen bomen vruchten te dragen?

Afhankelijk van de soorten, van de leeftijd van het plantgoed en de plant en groeiomstandigheden zal het 2 tot 4 jaar duren. Het plantgoed zal dan 5 tot 8 jaar oud zijn. Op een laagstam pruimelaar heb ik al eens het eerste jaar vruchten gehad.

Als je een pit plant, en laat uitgroeien tot appelboom, zal het ongeveer 8 jaar duren voor die vruchten heeft. Dit wordt enkel gedaan om nieuw materiaal te ontwikkelen. In de praktijk zullen onze bomen geënt zijn. Gegriffelde bomen zijn soortecht en oogstzeker, en vroeger vruchtbaar (dragen vanaf het derde jaar).
Peren zijn trager. Het duurt vier à vijf jaar vooraleer de eerste peren verschijnen. De productie de eerste jaren ook lager dan bij appels Maar de levensduur is veel hoger: tot 50 jaar en meer.

Een notelaar draagt vruchten vanaf het tiende jaar. Hazelaar idem (behalve geënte struiken).
Kastanje heeft meestal pas na vijf jaar (of meer) vruchten. Maar hij houdt het dan ook wel eeuwen vol.


Struiken snoeien

Mispelboom
Snoei van november tot eind maart om de vijf jaar de dikste takken boven jonge vertakkingen dicht bij hun basis.

hazelnotenHazelaar
De mannelijke bloemen zitten in katjes en zijn al in de zomer gevormd in de oksels van de bladeren, maar bloeien pas in januari. De vrouwelijke bloemen zitten per drie tot vier in een klein knopje bij elkaar. Snoeien van februari tot eind maart. Doe de grootste takken die geen vruchten meer dragen om de vijf jaar weg. Houd per struik tien snel groeiende en productieve takken over. Haal de waterloten(bijna verticale takken) in het midden van de struik weg. Verwijder kruisende en zwakke takken aan de voet van de plant.

Rode en zwarte bessen
Snijd elk jaar de oudste takken vlak boven de grond af zodat een tiental vruchtdragende takken overblijven. Kies aan de voet van de plant enkele snel groeiende takken die binnen 1 of 2 jaar de weggehaalde takken zullen vervangen, en kort die voor de helft in.

framboos2

 

Frambozen
Zomerdragende struik: snijd elk jaar in juli (na de oogst) de takken die vruchten hebben gedragen vlak boven de grond af.
Herfstdragende struik: in september (na de tweede oogst) de droge ranken die vrucht hebben gedragen wegknippen.

 

Bramenstruik
Knip eind februari - begin maart de takken die vrucht gedragen hebben vlak boven de grond af.

 

Blauwbessen
Behoud tot 5 gesteltakken die de eerste twee jaar niet worden ingekort. Vanaf het derde jaar regelmatig vervangingssnoei van afgedragen scheuten.

 

Kruisbessenstruik
Snoeien in februari de oudste(minst productieve) takken vlak boven de grond weg. Haal ook zwakke, dode, verwarde en lage takken weg.

(Beknopte info over fruitziekten: schimmels, virussen en zwamaantastingen vind je vb. hier:)    http://www.fruitpluktuin.nl/fruit/Ziekten/schimmel-fruitbomen

druivenDruiven
Snoei druiven tijdens hun rustperiode: van november tot februari. Later zullen de planten zeer veel 'bloeden'(vocht verliezen). Je knipt nooit teveel weg.
Raak bij het snoeien (of krenten: uitdunnen van de tros) de druiven niet aan, want daardoor beschadig je hun beschermende waslaag. Wil je een tros langer kunnen bewaren, oogst die dan met een tweezijdig stuk van de tak. Leg het langste stuk (stam zijde) in water om het fruit nog langer (meer dan 2 maanden!) vers te houden. Je kan ze als bloemen in een vaas zetten.

Nog onrijpe trosjes die afbreken of (per ongeluk) weggesnoeid worden kan je gebruiken om verjus van te maken.


Snoeimateriaal

Er zijn 2 types snoeischaren.
Bij de snoeischaar met ooievaarsbek knipt het mes zoals bij een schaar naast het andere been. Dat levert een gladde snede, en is geschikt voor groen hout.
Bij het systeem met aambeeld druk je het lemmet krachtig door het hout tegen het aambeeld. Dit is eerder geschikt voor dood hout.

Als de handvatten lang zijn (+50 cm) noemen we het een takkenschaar. Daarmee kan je takken tot zeker 4 cm doorknippen. Vaak zijn de armen uitschuifbaar, waardoor je ook een groter bereik krijgt.
Met een heggenschaar die twee grote schaarbladen en twee handvatten heeft, kan je naast heggen ook bv lavendel en heide knippen.
Een telescopische of uitschuifbare stoksnoeischaar wordt meestal met een trektouw bediend. Meestal kan je de (wat schuin of dwars geplaatste) snoeischaar ook door een zaag vervangen.