Afleggen van (winterjasmijn (Jasminum), kamperfoelie (Lonicera), wijnstok (Vitis), dwergkwee (Chaenomeles)).
afleggenEen stengel of tak wordt naar de grond gebogen, vastgepind en gedeeltelijk met grond bedekt. Soms kan de plant of struik ook aangeaard worden, waarna de afzonderlijke stengels of takken bewortelen. Soms wordt een wondje in de schors gemaakt om de wortelvorming te bevorderen.
Als in het begin van de zomer wordt afgelegd of aangeaard, zijn in het najaar de aflegger(s) beworteld.

Uitlopers (aardbeien)
Aardbeiplanten kan je beter maar twee jaar gebruiken. Het eerste jaar krijg je niet veel maar wel grote aardbeien. Het tweede jaar krijg je kleinere aardbeien, maar wel méér.
De moederplant vormt zelf nieuwe plantjes. Gebruik de eerste plantjes aan de uitlopers, die zijn sterker. Verwijder daarna alle uitlopers, dan steekt het plantje zijn energie in nieuwe bloemetjes voor volgend jaar.

'Hmm! Mooie aardbeien. Wat deed je daar op?' 'Suiker.' 'Vreemd, wij doen daar meestal mest op!' (JW van Besouw)
Het is rood, maar toch niet helemaal ???  Een aardbijna.

Marcotteren (ook Japans- of luchtafleggen genoemd)
De stengel wordt verwond en om de wond wordt een zakje met vochtig veenmos (Sphagnum) gebonden. Tot er wortels gevormd zijn moet het mos vochtig gehouden worden.

Werk met schoon gereedschap, het voorkomt schimmelvorming. Reinig het mes regelmatig door het vb. na elke snede in melk te dompelen. Melk zou eventueel aanwezig virussen direct opnemen.

Het is rood en het lacht? Een aardblei.