Stekken1CongobalsemienOm te stekken wordt een stengeltop in de grond gestoken (vb. wilg, lavendel). Een stek snij je onder een bladknoop af. Vooral bij houtige gewassen is het belangrijk dat de stek in het juiste groeistadium genomen wordt. Hij moet al dan niet verhout zijn. Houtige stekken wortelen in het algemeen moeilijker dan jonge, zachte stekken. Let op dat de stengel of tak niet ondersteboven in de grond gestoken wordt.
‘Bloedende' stek laat je even drogen. Blaadjes knip je grotendeels weg, ze verdampen te veel vocht.
Sommige struiken laten zich makkelijker stekken met een stukje oud hout en schors van de (hoofd)stengel aan de stek.
Stekken kan soms ook in water: je zet de twijg in een vaas tot hij wortels heeft gevormd.

In het najaar of in de winter kan houtstek worden gemaakt door het middendeel van de stengel in bossen te planten en te overwinteren tot begin april. Daarna worden vb. aalbes, zwarte bes, braam (Rubus), framboos, kornoelje (Cornus), rozen gestekt. Het éénjarig hout moet volledig zijn afgerijpt. De kuilplaats moet boven het grondwaterpeil liggen, anders rotten de stekken. Bescherm ze tegen vorst en uitdrogen.


‘Ik ben een eeuwige optimist. Laatst plantte ik twee boompjes van 20 cm hoog, en kocht toen een hangmat.’ (Armando Fuentes Aguirre)

Bladstek (bladbegonia's (Begonia), Kaaps viooltje (Saintpaulia))
Een blad wordt met de bladvoet in de grond geprikt of plat, soms in stukjes gesneden op de grond gelegd. Indien nodig vastprikken met een stokje of pen, en vochtig houden.


Wortelstek

Een deel van de wortel wordt geplant en goed vochtig gehouden.