Voedsel is onze brandstof. Het levert energie, warmte, groeistoffen. Zoals bij iedere machine is het belangrijk dat je de juiste brandstof gebruikt.

spijsverteringsstelselTijdens een mensenleven, passeert meer dan 50 ton voedsel door het spijsverteringskanaal.
(Dit zal opgaan voor Westerlingen die lang genoeg leven en voldoende te (vr)eten hebben.)
Spijsvertering of digestie slaat op het verkleinen en afbreken van voedsel (spijs) tot stoffen die door het lichaam kunnen opgenomen worden.

Goed kauwen en in stukjes bijten en malen tussen de kiezen is de eerste fase.
Vermenging met enzymen zoals amylase in het speeksel zorgt ook reeds voor een transformatie door zetmeel af te breken. Hierdoor ontstaat maltose, een disacharide dat weer omgezet wordt in glucose.

In de maag wordt het voedsel meestal één à drie uur bewaard. Een zware maaltijd doet er wat langer over. Soms stuurt de maag een teveel aan voedsel of bedorven voedsel zo snel mogelijk via de slokdarm terug.
De epitheelcellen in de maagwand produceren zoutzuur (maagzuur, 8 tot 15 ml maagsap per uur) en pepsinogeen, een pro-enzym. Onder invloed van zoutzuur wordt pepsinogeen omgezet in peptase, dat er voor zorgt dat eiwitten veranderd worden in kortere polypeptiden.
Door het zure milieu gaat een groot deel van de met het voedsel meegekomen bacteriën dood.
De maag trekt samen, maalt daardoor het eten fijn en mengt het met de spijsverteringssappen.

In de aansluitende twaalfvingerige darm komen de alvleesklier en de galbuis uit. De alvleesklier produceert per dag ongeveer één liter vocht dat ervoor zorgt dat de zure massa uit de maag wordt geneutraliseerd. De enzymen in het vocht splitsen vetten, koolhydraten en eiwitten in nóg kleinere deeltjes.
In de zes meter lang dunne darm zitten darmvlokken die voedingsstoffen opnemen in het bloed.
De dikke darm neemt uiteindelijk de laatste voedingsstoffen op. Verteerde resten vormen samen met onverteerbare deeltjes en vooral afgestorven darmbacteriën nog waardevol mest.
Van mond tot mest heeft voedsel er meestal 18 tot 20 uren over gedaan in normale omstandigheden.

Onze darmflora  bestaat uit 100 tot 600 verschillende soorten bacteriën in het maag-darmkanaal (gemiddeld 160, en tot 1.150).
De helft van het gewicht van de inhoud in de dikke darm bestaat uit bacteriën met een totaal gewicht van één tot anderhalve kilogram. Ons lichaam bevat tien keer meer bacteriën dan het aantal menselijke cellen.
Zij zorgen o.m. voor het (verder) afbreken van stoffen als kraakbeen, taaie voedingsvezels en lange suikers; en voor de synthese van benodigde stoffen als vitamine K.
In ruil voor hun diensten biedt ons lichaam de bacteriën voedsel en onderdak. We kunnen niet zonder elkaar. Bacteriën vormen een hecht ecosysteem in de darm.
Bio-informaticus Jeroen Raes ontdekte dat het darmstelsel van elke mens behoort tot één van drie duidelijk te onderscheiden types darmflora, vergelijkbaar met bloedgroepen. Die types zijn onafhankelijk van ras, land van herkomst of voeding: de Bacteroides, Prevotella en Ruminococcus. Opmerkelijk is dat de vitamineproductie tussen de verschillende groepen sterk verschilt. Onderzoek naar werking en effect van ons darmflora heeft nog een hele weg te gaan.

De eens overbodig geachte appendix fungeert als een veilige bewaarplaats voor goede bacteriën. Het lichaam gebruikt die bij een heropstart van het spijsverteringsstelsel na een aanval van dysenterie of cholera.

De lever bestaat uit 350 miljard cellen die o.m. giftige stoffen onschadelijk maken, een reservevoorraad glucose en ijzer opslaan, eiwitten tot aminozuren of andere eiwitten verwerken en gal produceren... Het is een erg ingewikkeld en veelzijdig chemisch labo.
Verzorg dit: wees matig met alcohol, rook niet, neem veel lichaamsbeweging en frisse buitenlucht voor de nodige verse zuurstof. Vermijd stress.


Tips om een goede spijsvertering te bevorderen:

Eet vaker, maar minder uitgebreide maaltijden.
Kauw goed (iedere hap 10 x).
Eet voldoende voedingsvezels: (tot) 5 porties fruit en groenten per dag.
Eet dagelijks voldoende volkoren graanproducten en/of peulgewassen (grauwe erwten, linzen).
Beperk gefrituurde gerechten, vetstoffen en suikers.
Eet gevarieerd.
Drink niet te veel bij het eten, om de maagsecreties niet te veel te verdunnen.
Koude dranken (en ijs) vertragen de vertering waardoor het voedsel langer in de maag moet blijven.
Drink veel water, weinig cafeïne en alcohol.
Neem de tijd om te eten en om goed en langzaam te kauwen.
Beweeg voldoende. Rook niet.