Monocultuur houd geen rekening met de complexiteit van ecosystemen maar gebruikt een absurd overdreven vereenvoudiging: (al of niet) enig substraat voor de wortels, water en afgewogen messtoffen en mineralen.

permaculturePermacultuur produceert duurzame en ecologisch verantwoorde goederen en diensten voor mens of gemeenschappen door de omgeving bewust te ontwerpen en te benutten.
Perma(nente agri)cultuur ontstond eind ’70 in Australië door inzichten van Bill Mollison en David Holmgren, vooral als tegenbeweging voor monocultuur landbouw (met verwoestijning en bodemerosie als gevolg), en vervuiling van het grondwater door kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Planten en diertjes hebben zich gedurende miljoen jaren samen ontwikkeld. Samen, soms ten koste van elkaar, soms in symbiose. Onze monoculturen verarmen en ontwricht deze rijke samenwerking en onderlinge samenhang.

Planten leven in gemeenschappen, niet in monocultuur. Plantensociologen en –ecologen onderzoeken deze samenhang en symbiosen. Eigenlijk weten we hierover nog zeer weinig. Ook niet over betrokkenheid en invloed van insecten, bacteriën en schimmels. In goede grond zitten 75 miljoen bacteriën per gram. En 50 à 100 regenwormen in 1 m³.
Bij een beuk moet je ook beukengrond planten. Die bevat schimmels die samenleven met de boom.
Veel orchideeën groeien enkel samen met een bepaalde schimmel.

Permacultuur benut natuurlijke ecosystemen en traditionele kleinschalige voedselproductiesystemen. Het onderscheidt zich van ook op ecologie gebaseerde biologische land- en tuinbouw o.m. door het gebruiken van meerjarige planten (als climax vegetatie) en het ontbreken van wisselteelt en jaarlijkse grondbewerkingen. Permacultuur omhelst meer dan alleen voedselproductie. Het is gericht op kleinschalige zelfvoorzienende landbouw.

Voor het kweken van planten, vruchten en zaden wordt driedimensionaal, in verschillende lagen gedacht en gewerkt: bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, wortels en knollen, klimplanten. Hierdoor ontstaat een soort jungletuin met veel plantenassociaties. Belangrijke principes zijn: laat de bodem zoveel mogelijk met rust, en bedekt. Zorg voor veel diversiteit.

Ook Masanobu Fukuoka cultiveerde de niet-doen methode. Laat de natuur zoveel mogelijk haar gang gaan, speel er op in.

Ook om plaats te sparen kan je principes van permacultuur toepassen. Sepp Holzer maakt steile ruggen van 1 à 1,5m hoog om te bezaaien en te beplanten. Als je op een reep grond van 3m breed 2 ruggen van 1,5m hoog maakt verdubbel je de nuttige oppervlakte.
De verhoogde bedden met houtvulling worden ook hugelkultuur genoemd.


Mulchen
Een typisch permacultuur-gebruik is mulchen: het bedekken van de grond met organisch materiaal. Door de laag van bladeren, zaagsel, stro, dode plantenresten, etc. kan er geen licht bij de grond, waardoor onkruid minder snel kiemt en groeit. Ook houdt het dode organische materiaal goed vocht vast waardoor de bodem minder snel uitdroogt. In de winter beschermt deze laag de wortels tegen vorstschade. Micro-organismen verteren het materiaal, het wordt omgezet in voedingstoffen. Mulchen heeft dus heel wat voordelen en het bespaart je veel schoffelwerk.

Toen ik de prijs van de sla zag, kreeg ik een krop in de keel.