In een goede composthoop worden alle (schadelijke) elementen afgebroken.
Op een composthoop stapel je alle resten en afval van organisch materiaal, liefst met veel afwisseling. Ook assen (van botten en hout) en mest kunnen er op. Verteerde compost is prima meststof. Het zijn plantaardige resten die bijna tot donkere humus (Latijn voor aarde) zijn afgebroken.

composthoop2Ook afval verwerken gaat over een voedselketen, van klein naar groot, eten en gegeten worden. Eerst komen schimmels en bacteriën, dan nematoden (aaltjes) en springstaarten, dan wat grotere soortgenoten, roofaaltjes en roofmijten.
Aaltjes, de naam zegt het, zie er uit als een mini paling van 0,2 tot 2 mm lang. Enkele tientallen van de 14.000 soorten zijn schadelijk, als er teveel van aanwezig zijn.
Potwormen (Enchytraeidae) zijn wit, 0,5 tot 4 cm lang. Ze lusten grond, mest, compost en plantenresten.
Wormen zijn een zegen voor je grond. Rode verteren vers materiaal, grauwe (Aporrectodae calliginosa, Lubricus terrestris…) bevorderen met hun gangen de structuur van de aarde, goed voor beluchting, beworteling, water toe- en afvoer en bodemleven. Een levende bodem heeft veel en kronkelige gangen. Rechte, smalle gangen geven aan dat de wormen weinig aantrekkelijk in de levenloze laag vonden. Veel regenwormen duiden op een goede, vruchtbare grond. Wees dus een goede gastheer voor je regenwormen.
De mestpier (Eisenia foetida) is donkerrood met geel oranje dwarsstrepen (ook tijgerworm genoemd). Hij leeft aan de oppervlakte, in de strooisellaag.
De regenworm (Lubricus terrestris) gaat tot 3 meter diep; de rode worm (L. rubellus) verteert vers materiaal.

Een kruimelige, compostrijke bodem geeft planten voeding, vocht en houvast. Een (te) harde of vaste (gereden) (onder)grond verhindert beworteling en waterdoorlaatbaarheid.

Een man maakt je eerst het hof en leidt je dan om de tuin.
‘Boer: man met zin voor humus.’

( E.B. White)


Composteringsproces

Micro-organismen breken op een natuurlijke manier alle materiaal tot voedingsstoffen af in 4 fasen:
Fase 1: bacteriën breken organisch materiaal af, produceren ammoniak en warmte tot 55-70⁰C. Onkruidzaden worden hierdoor geneutraliseerd. Zuurstof wordt verbruikt en water verdampt. Het warmteproces in een composthoop zorgt voor stikstofverlies door ammoniakverluchting. Je kan het verlies beperken door de hoop af te dekken met grond of rijpe compost.

Je kan de hoop (geregeld) omzetten om hem van zuurstof te voorzien en het proces te versnellen en te laten doorgaan (ook voor de buitenste lagen). Geef ook water. Teveel water = te weinig zuurstof.

Fase 2: De hoop koelt, schimmels en lucht dringen van buitenaf in de hoop.
Fase 3: springstaarten en mestwormpjes doen hun intrede.
Fase 4: grondwormen vervangen mestwormpjes, dierlijk leven explodeert. De compost is klaar.
Het hele proces lijkt een beetje op de evolutie van het leven op aarde.

Compost tips

  • Verklein (haksel) het materiaal.
  • Meng bruin (droog) en groen (vochtig) materiaal.
  • Liever geen dikke lagen van alleen maar gras of bladeren. Die verdichten, verzuren en sluiten de hoop van lucht af.
  • Voeg af en toe kalk toe bij de opbouw van de hoop. Er ontstaan veel zuren tijdens de omzetting, zorg voor evenwicht.
  • Maak de hoop in de schaduw, zodat hij niet uitdroogt.
  • Geen koolstronken met knolvoetziekte op de composthoop, deze hardnekkige schimmel overleeft het proces.
  • Als je de compost door een grove draad zeeft voor gebruik, kan je de restfractie opnieuw gebruiken als starten voor de nieuwe composthoop. Hierin zitten dan nog nuttige bacteriekolonies.


Compost zeven

compostzevenIk heb een kader van ca. 1 x 2m dat met dik gaas van ca. 2 x 2 cm is bespannen. Die zet ik stevig, schuin (45°) naast de composthoop en gooi er met de greep alles boven op. Wat er door valt is klaar: gezeefd compost. Wat naar beneden rolt krijgt soms nog een tweede kans, en gaat anders terug op de nieuwe composthoop.
Ik heb hiervoor ook al een verenbak zien gebruiken: het metalen bedframe met verend raster waarop een matras kan liggen.
Voor fijner zeefwerk kan je een assenzeef gebruiken. Of eens bij een groenteboer uitkijken voor kunststof kratjes met een rasterbodem.
Er bestaan ook ingenieuze, taps toelopende draaitrommeltjes (vergelijkbaar met een papiermand van metaalgaas) die op een kruiwagen passen en rondgedraaid kunnen worden. Gezeefd compost valt er door, en de ruwere fractie komt om het einde uit de trommel.

Planten hebben stikstof (N, ook het hoofdbestanddeel van kunstmest! En van lucht: 78% N en 21% zuurstof) nodig. Micro-organismen gebruiken zelf (K) koolstof en (N) stikstof om organisch materiaal om te zetten. Die komt na hun afsterven terug vrij voor de planten. Niet verteerde compost verbruikt dus de stikstof die planten nodig hebben! Gebruik dus enkel verteerde compost als plantenvoeding.

bladgrond2Humus buffert plantenvoeding.
Stikstof(producerende) bacteriën kunnen niet functioneren en leven in een al met kunststikstof bemeste grond. Aan de bleke, lichtgroene kleur kan je zien dat plantenonvoldoende stikstof en groeikracht hebben.