biologischtuinierenDe gewassen op de akker en in de tuin worden gekweekt zoals onze overgrootmoeders dat ook al deden, zonder kunstmatige meststoffen en zonder sproeistoffen, gifvrij, en met respect voor natuur en milieu. De organische kringloop en het natuurlijk evenwicht worden in stand gehouden door enkel producten van natuurlijke oorsprong te gebruiken. De bio-kweker heeft respect voor de bodem, het bodemleven en al wat leeft. Bij een biologische teelt kweek je gewassen die passen bij de grond waarop je werkt, zonder kunstmatige forcering.

Biologische landbouw streeft naar evenwicht tussen

  • boven- en ondergrondse delen,
  • plaagorganismen en natuurlijke vijanden,
  • bemesting en draagkracht van de bodem
  • snel en traag vrijkomende voedingsstoffen
  • verleden en toekomst (vruchtwisseling)

Biologisch-dynamische landbouw is gebaseerd op de antroposofische principes van filosoof Rudolf Steiner. De methode stamt uit de jaren twintig van de twintigste eeuw, en was een bezorgde reactie op de uitvinding en het gebruik van kunstmest.
De aarde (en ook het bedrijf, het veld…) wordt benaderd als één organisme met een samenhang tussen dieren, planten, bodem en de kosmos. De BD gelooft in invloed van hemellichamen, niet alleen op de maan en getijden, maar ook op de waterhuishouding en groei van gewassen.
Bodemvruchtbaarheid is belangrijker dan plantenvoeding, diversiteit in gewassen en dieren gaat boven monocultuur, goed leven boven goed opbrengen. De BD-landbouw stelt hoge eisen op het gebied van dierenwelzijn, gesloten kringlopen en ecologie. Biologisch-dynamisch denken heeft ook een spirituele inhoud.

Voor biologisch-dynamische tuiniers heeft Maria Thun een zaaikalender ontwikkeld die ook met vruchtwisseling rekening houdt. Groenten worden volgens het gebruikte plantendeel ingedeeld in blad-, bloem-, wortel- en vruchtgewassen. En bij het zaaien wordt rekening gehouden met de stand van sterrenstelsels.

Diversiteit bepaalt het aanpassingsvermogen van levende dingen.
Momenteel leveren 120 gekweekte soorten 90% van ons plantaardig voedsel. 12 plantensoorten en 5 diersoortenzorgen voor 70% van het menselijk voedsel. Vier plantensoorten (aardappelen, rijst, maïs en tarwe) en 3 diersoorten (runderen, varkens, kippen) leveren meer dan de helft. Meer dan 100.000 soorten zijn vervangen door uniforme, commerciële varianten.
Het verlies aan genetische diversiteit wordt geschat op 75% de afgelopen eeuw.
In Mexico bestaan nu nog 1/5de van de maïssoorten die er in 1930 waren.
In 1990 was 90% van de Ierse tarweakkers bezaaid met slechts 6 variëteiten. Van 7.098 appelvariëteiten begin 20ste eeuw in de VS is 96% verdwenen. Idem voor 95% van de kool, 91% van de maïs, 94% van erwten en 81% tomatenvariëteiten.

De zaadproductie, handel (en patenten) zijn in handen van zaadmultinationals uit de agrochemische sector die ook pesticiden en messtoffen verkopen. Monopolies van monocultuur.

Landbouwgewassen worden daardoor gevoeliger voor plagen en ziekten. Beleggers spreiden hun risico’s, boeren doen dat niet meer.

Vandana Shiva is een vermaarde Indiase natuurkundige die een internationale beweging voor het behoud van inheemse zaden inspireert, en wereldwijd deze problematiek ook politiek aankaart.

Als je de aarde voedt
zal de aarde jou voeden.
Wat je geeft aan de aarde
is wat je krijgt van de aarde.

Amadou Jarou Bah