Korrels die groter zijn dan zand, worden grind genoemd.
Zand deeltjes zijn 0.05 tot 2 mm groot, doorgaans groot genoeg om zichtbaar te zijn. Ze voelen tussen de vingers altijd korrelig aan. Een greepje vochtig zand valt uiteen. Zandgronden zijn arme bodems die snel voedingsstoffen en water verliezen.
Gebruik: vloeistoffilters, schuurmiddel, glasproductie, computerchips, en je kan er ook zandkastelen mee maken.

Leemdeeltjes daarentegen (0.002 tot0.05 mm) zijn kleiner dan zand, en niet meer zichtbaar met het blote oog. Leem klontert.
Gebruik: lemen muren en stucwerk, bros aardewerk.

soiltypesDe fijnste bodemdeeltjes (klei) zijn kleiner dan 0.002 mm. Een kleilaag laat geen water door. Pure kleideeltjes zijn glad en kleven aan de vingers. Je kan het glimmend wrijven als het nat is.

Het betreft dus telkens hetzelfde materiaal, maar in kleinere deeltjes.

Zand verweert bijna niet. Bij klei en leem komen bij verwering voedingsstoffen vrij zoals kalium en magnesium. Een vruchtbare bodem bevat 25% lucht, 25% water, 45% gesteentekorrels en 5% organisch materiaal. De structuur moet dus ook korrelig zijn. Gemengde types met vooral leem zijn daarom het meest geschikt voor teelten.
Klei geeft problemen omwille van slechte verluchting en trage drainage.
Zavel (van het Latijnse sabulum; "grof zand" of "kiezelzand") is een (minerale) grondsoort, een mengsel van zand en klei met een bepaald % deeltjes lutum. Lutum zijn gronddeeltjes die kleiner zijn dan 2 µm.
Bij een lutumpercentage tussen 8% en 12% spreekt men van zeer lichte zavel,
tussen 12% en 17,5% van matig lichte zavel,
tussen 17,5% en 25% van zware zavel.
Bij meer dan 25% spreekt men van klei.

soiltypestestLöss is een eolische (door de wind gevormde) afzetting van silt. Silt is grond met een korrelgrootte tussen die van zand en lutum. Het bevat voornamelijk siliciclastica (kwarts en andere silicaten), maar ook een kleine fractie kleimineralen.
Naar zijn voorkomen wordt löss ook Limburgse klei genoemd. (Je vindt het verder nog in Noord-China langs de Gele Rivier, en in het Russische steppegebied.) Het lichte sediment op de (gedroogde) zeebodem werd door de wind aangevoerd vormde de lössafzettingen. Lössbodems zijn zeer geschikt voor landbouw.


De bodem is meer dan –zoals in ‘moderne’ teelt van maïs e.a.- substraat dat water vasthoudt en wortels een houvast geeft. Het is een levend orgaan, een biotoop die enkel leeft en gezond blijft door een goed evenwicht tussen alle nodige schimmels, bacteriën, planten en diertjes. Te zware ingrepen (diep ploegen, spuiten) beschadigen of doden het vruchtbaarste en belangrijkste bovenlaagje van de aarde.


Men verkoopt geen grond waarop mensen lopen. (Tashunca Uitco)
Twee zandkorrels lopen in de woestijn. Zegt de ene tegen de andere zandkorrel:
’Druk hé!’