Hout, vezel en twijgen: basismateriaal

Voor ambachten of hobby’s die hout als basismateriaal gebruiken is goed en scherp gereedschap zeer belangrijk.

Bij Gereedschap zie je hoe je een Zaag kan ‘zetten’ en slijpen. Ander gereedschap als houtbeitels slijpen vind je onder IJzer en Staal, Goed slijpen en bramen.

Een bruikbare houtdraaibank wordt uitgelegd bij Werktuigen, onder Manpowered machines. Ik heb vaak horen zeggen: alle hout is geen timmerhout, maar alle hout is wel draaihout.

Houtgravures lagen aan de basis van de boekdrukkunst. De ‘stempels’ en letters moesten dan natuurlijk wel in spiegelbeeld gesneden worden. Een houtbeitel met een niet rechtlijnig profiel noemen we een guts (rond of hoekig). De ronde, houten hamer of klopper laat je toe op het werkstuk i.p.v. op de beitel te focussen. Houtsnijden of beeldhouwen gebeurt nu meestal machinaal (frezen, dremelen).

Marqueterie is een vorm van inlegwerk (eerder oplegwerk) waarbij verschillende delen als een legpuzzel nauwkeurig en figuratief op elkaar aansluiten. Marqueterie wordt gemaakt met verschillende houtsoorten in diverse kleuren, eventueel aangevuld met schildpad of ivoor.

Intarsia is een vorm van inlegwerk in hout dat vaak verward wordt met “opgelegd” fineer. Maar bij deze techniek worden eerst vormen uitgesneden in een massief vlak, waar dan materialen worden ingelegd. Dat kan hout, (edel)steen, of metaal zijn. Daarna wordt het oppervlak gladgeschuurd.

Bij fineren worden goedkopere houtsoorten afgewerkt met een dun laagje edeler hout. Het fineer kan gezaagd zijn, zodat tekening en kleur van het origineel mooi bewaard blijft. Dat is ook het geval bij snijfineer, dat als het ware van een balk wordt geschaafd. Schilfineer is goedkoper. Het wordt gebruikt voor triplex en multiplex, en wordt op een draaibank van een stam afgedraaid.