matenIn het dagelijkse leven wordt cijferen vooral interessant als het niet om abstracte getallen maar om praktische eenheden gaat: euro, graden, kilo, liter, meter, minuten, watt…
Meestal zijn die, net als het tiendelig talstelsel, ook benoemd in veelvouden van tien.
Het SI (Système International (d'Unités)) benoemt deze veelvouden, zodat iedereen weet dat kilo-meter staat voor 1.000 meter. Ieder voorzetsel benoemt een standaard 10-voud, bruikbaar voor diverse eenheden (inhoud, oppervlakte, druk, energie, temperatuur…)

Opslagcapaciteit voor informatica heeft iedereen laten kennismaken met grote waarden. Ontwikkeling en productie van zeer kleine miniatuur apparaatjes, nanotechnologie leert ons ook kleiner dan micro- denken.

10n

Prefix

Symbool

Naam

Decimaal

1015

peta

P

biljard

1 000 000 000 000 000

1012

tera

T

biljoen

1 000 000 000 000

109

giga

G

miljard

1 000 000 000

106

mega

M

miljoen

1 000 000

104

myria

 

tienduizend

10 000

103

kilo

k

duizend

1 000

102

hekto

h

honderd

100

101

deka

da

tien

10

100

één

 

één

1

10-1

deci

d

een tiende

0,1

10-2

centi

c

een honderdste

0,01

10-3

milli

m

een duizendste

0,001

10-6

micro

µ

een miljoenste

0,000 001

10-9

nano

n

een miljardste

0,000 000 001

10-12

pico

p

een biljoenste

0,000 000 000 001

10-15

femto

f

een biljardste

0,000 000 000 000 001

 

Gewicht, inhoud, afstand, tijd en temperatuur zijn de meest gebruikte eenheden in ons dagelijkse leven.
Voor alle eenheden is er officieel vastgesteld hoe groot ze zijn, en/of hoe ze bepaald of gemeten worden.
Het vaststellen en gebruiken van maatstaven berust op overeenkomst, er zijn geen ‘natuurlijke’ eenheden die zich hiervoor opdringen. Pogingen uit het verleden, zoals (de breedte van) een duim, de (lengte van een gesterkte) el(leboog), het gewicht van een graankorrel (grain), een voet,…  leveren geen exacte maten op.
Moesten onze meeteenheden verloren gaan, zouden we er dus nieuwe moeten afspreken en vastleggen.

Een hectare (ha) is 100 x 100 = 10.000m2 = 100 are.
1 km2 = 1000x1000 m. En 1 ha = 100x100m, dus 1km2 = 100ha of 1ha =0.01km2.

Maten en afstanden werden vroeger op lichaamsdelen of prestaties  gebaseerd. Ze zijn dus nooit exact, en verschillen per regio en lichaamsgrootte.
Een duim is tussen 2,4 en 2,7 cm. De Engelse duim of inch is 25,4 mm (ofwel 2,54 cm)
Een voet is 12 inches of 304,8 mm = 0,3048 m. Eén meter is dan dus 1/0,3048 ofwel ongeveer 3,28 voet.
Een span de afstand tussen duim en pink van een gestrekte hand, ca. 20 cm.
Hand(palm) en vuist ca. 10 cm?
Een el is een oude lengtemaat genomen van gestrekte vingertop tot elleboog circa 69,4 cm. (68,2 -) 69,4 cm.
Een pas is 2 1/2 voet.
Een vadem is de afstand tussen de vingertoppen bij zijdelings gestrekte armen. Meestal wordt 1 vadem afgerond op 6 voeten (180 cm). Vooral gebruikt op waterdiepte te meten.
Bij een steenworp en een boogscheut kan iedereen zich iets voorstellen. Maar niemand weet precies hoe ver het is.
Op loopafstand (of wandelafstand) is minder dan 1 km, een uur gaans is 5 à 6 km.
Een dag(mars) is sinds de Romeinen 30 à 50 km (militaire term).

In veel culturen werd een graankorrel als kleine gewichtseenheid gebruikt. Maar die kan uiteraard ook sterk variëren. Hetgeen voor grotere gewichten enorme verschillen geeft.

Ook een druppel is geen uniforme inhoudsmaat. Afhankelijk van samenstelling, temperatuur, afdruipvorm (of opening), oppervlaktespanning ed. varieert ze voor water van ca. 10 tot ca. 50 microliter. Vaak wordt uitgegaan van 0,05 milliliter/druppel.

In Amerika en Engeland worden in de praktijk nog steeds andere en verschillende stelsels gebruikt. Een pond (lb) kan 500, 480, 433, 454 gram wegen!
(Lb staat voor libra, een afkorting van het Latijnse libra pondo (libra: weegschaal, ook voor het sterrenbeeld; pondo: gewicht, herkenbaar in ‘pond’).
 Vroeger waren er bij ons ook regionale verschillen (een roe, bunder,…)! Er waren veel meer dan twee maten en twee gewichten om mee te rekenen. Niet bepaald praktisch en eerlijk.

Eind 19de en begin 20ste eeuw werden maten wettelijk vastgelegd, en ging men maatstaven ook ijken (of kalibreren): vergelijken met een juiste schaal, keuren en merken.
De Soemeriërs ijkten hun (stenen en metalen) gewichten al met een koninklijk insigne.

Wel handig is de overeenkomst (bij benadering) bij gebruik van (zuiver) water (van 4°C):
1.000 cm3 = 1.000 gram ≈ 1.000 milliliter.
Het gewicht is het product van het soortelijk gewicht en het volume. Een liter water weegt volgens de huidige normen 0,998 kg.

In keukentermen worden volgende maten aangenomen, weergegeven in grammen water: een koffielepel: 4,5 gr; een eetlepel: 12 gr. en een normaal gevuld kopje of wijnglas: 125 gr.; een bierglas, normaal gevuld 250 en 330 gram.

Een bascule is een weegschaal met een lange stang met in het midden een draaipunt. Aan beide uiteinden hangt één bakje. In 1 bakje wordt het te wegen voorwerp gelegd en in het andere gewichten tot de schalen in evenwicht zijn.
Voor zwaardere voorwerpen en dieren werd een bascule gebruikt met een arm- en overeenkomende weegverhouding van 1 op 10 op de stang.
De Romeinen maakten reeds precisieweegschalen, de stratera, met een schuifgewicht op een ongelijkarmig juk met een schaalverdeling.

Ook veren kunnen gebruikt worden om te wegen. (zowel trek-, druk- als spiraal- of torsieveren.) Veerweegschalen zijn vooral gekend om bagage of gevangen vis te wegen. Ze bestaan per kaliber, vb. tot 5 gram, 500 gram , zelfs tot 100 kg. Voor labo-toepassingen bestaan er zeer nauwkeurige exemplaren.

Binas (Biologie Natuurkunde Scheikunde) is een interessant naslagwerk voor natuurwetenschappen in secundair en hoger onderwijs, met overzichtelijke en duidelijke  tabellen, constanten, het periodiek systeem der elementen en formules. De moeite waard om aan te schaffen als je nog meer info wil.


Alles ligt op loopafstand als je de tijd hebt.