Als er weinig wolken zijn kan je je richten op de zon, die ´s middags op haar hoogste punt in het zuiden staat, en ´s nachts op de poolster (in het verlengde van de laatste twee sterren van de Grote Beer).

Als er teveel wolken zijn kan je iets hebben aan volgende tips.

De overheersende wind in onze kontreien komt uit het zuidwesten. Daarom zijn alleenstaande bomen meestal naar het NO gebogen.
De zuidwestkant is vaker en langer vochtig. Daar groeien op bomen en palen groen mos en algen.
Beuken en kastanjes hebben op hun gladde stam vaak last van “zonnebrand”. De schors rot dan weg op de zuidkant.
Bastlijnen, ruwe richels, ontstaan in de winter doordat de schors aan de zonnekant warm wordt en ’s nachts door de vorst snel afkoelt. De schors krimpt door de kou en het hout krimpt niet zo snel mee, waardoor de schors op de zuidkant openbarst.

zonnebloemVolwassen zonnebloemen draaien niet meer met de zon mee, maar staan met de bloem naar de zonsopgang in het oosten.

Het magnetische noorden verschuift met 55km/jaar richting Siberië.

Het oriënterend vermogen van magnetiet was bij de Chinezen al rond 400 voor Christus bekend. Een magneetstukje dat op een stokje in een kom water drijft, of een magneetnaald drijvend door een stukje kurk wijst altijd naar het noorden. (Zou kom-pas daarmee te maken hebben?) Je kan een magneetnaald ook aan een vezel ophangen of op een scherpe punt (met weinig wrijving) leggen.

De Iraanse astronoom instrumentenmaker Abu-Mahmud al-Khujandi bouwde rond 994 in Ray (Teheran) de eerste bekende muursextant met een middellijn van 20 meter op een perfect georiënteerde noord-zuid muur.
Uit het gemiddelde van de zonnehoogte tussen de langste en de kortste dag kon de geografische breedtegraad (afstand tot de evenaar) berekend worden.
De naam sextant verwijst naar de gradenboog van 60 graden (of 1/6de deel van een cirkel).
Rond 1730 maakten zowel John Hadley (1682-1744, GB) als Thomas Godfrey (1704-1749, US) een handzamer instrument.
Met de verticale hoek tussen een hemellichaam en de horizon, de datum en het tijdstip van de dag kan de hoogtelijn waarop men zich bevindt berekend worden. Vaak gebruikt men de zon om 12u. Of de poolster (poolshoogte nemen).

Een theodoliet wordt gebruikt bij driehoeksmeting. Langs een rechte lijn met gekende lengte wordt ze beurtelings op ieder eindpunt geplaatst en het vizier (met (tele)lens) wordt op een verafgelegen derde punt gericht. Daarbij wordt telkens de exacte hoek gemeten, waarmee ook de lengte van de ander twee driehoekszijden kunnen berekend worden.
Leonard Digges maakte rond 1571 waarschijnlijk het eerste exemplaar.

Een dag zonder zonneschijn is als nacht.