Dieren voelen atmosferische veranderingen beter aan dan mensen. Het gedrag van dieren kan ons daarom iets vertellen over het te verwachten weer.

Bijen ver van de korf: mooi weer. Blijven ze dicht bij de korf dan komt er regen.
Laten bijen de wintergaten open, zachte winter. Maken ze veel honingvoorraad, strenge winter.
Als de bij naar huis toe vlucht, dan zit er regen in de lucht.

weerdennenkegelEr komt slecht weer als steekvliegen agressief zijn, spinnen uit hun web kruipen en zich onder bladeren verschuilen en mieren naar hun nest kruipen.
Er komt mooi weer als spinnen rustig in hun web zitten of een nieuw of groter web bouwen.

Als er regen op komst is lijken bijen en vlinders te verdwijnen uit de bloembedden die ze meestal bezoeken.
Als de muggen dansen gaan, dan is 't met regenen gedaan.
Vliegen hoog, mooi en droog. Vliegen laag, regenvlaag.
Door de luchtdruk vliegen insecten lager bij naderende regen. Vlak voor een bui vliegen insectenetende vogels, zoals de zwaluwen, lager bij de grond, net als hun prooi. Vissen springen uit het water om laag vliegende insecten te vangen.

Als het regent en de kippen (en koeien)schuilen, dan regent het niet lang. Lopen de kippen echter in de regen, dan blijft het dagenlang regenen.

De vink en de zwarte specht hebben een 'regenroep'. Niet iedereen vindt die onfeilbaar.

Meeuw aan land is storm voor de hand.
Er zijn zoveel spreuken over gedrag en gezang van verschillende vogels, en het weer, dat je -als je een vogel hoort -mag veronderstellen dat het zal gaan regenen. Vroeg of laat.

Is er storm op komst, dan verlaagt de atmosferische druk. De zenuwuiteinden kunnen een relatieve toename in druk van de gewrichtsvloeistof registreren. Pijnlijke gewrichten kunnen dus storm voorspellen.
 
Planten
Er komt slecht weer als kegels van sparren of dennen en bloemen zoals haagwinde zich sluiten.
De dennenappel beschermt zijn zaadjes tegen vocht. Zo voorspelt hij het weer: als de schubben dicht gaan, gaat het regenen. Als ze open zijn, wordt het mooi (droog) weer.

Lievevrouwebedstro als weervoorspeller: wanneer er regen op komst is gaat het gedroogde kruid het veel sterker geuren.

Er komt goed weer als je ochtenddauw ziet op het zomerse gazon, er is dan weinig wind en weinig weersverandering.

Wolken
Als de lucht ‘s avonds rood kleurt en er is een westenwind dan kondigt dan een hogedrukgebied aan, dus mooi weer. Een rode zonsopkomst betekent dat het mooi weer weggaat.

Wolken bestaan uit gecondenseerde waterdamp of ijskristallen. Er zijn veel verschillende soorten wolken. Het weer kan worden voorspeld door het type en het formaat van de wolken. Wolken die wit zijn en hoog in de lucht hangen brengen stabiel en goed weer. Wolken die donker zijn en laag hangen brengen vaak slecht weer.

Cirrusbewolking (vezelwolken): meestal blijft het goed weer.
Als de cirrusbewolking dikker wordt is dat een bode van slecht weer. Meestal komt er na deze bewolking een depressie.
Cumulusbewolking, stapel- of bloemkoolwolken, schaapjeswolken: meestal neerslag.
Wolken die in stroken naast elkaar liggen: snel slecht weer op komst.
Cumuluswolken met onregelmatige vormen, vaak nog met niet rechte onderkant (basis): snel regen op komst.
Kleine wolken met weinig hoogte: het wordt mooi weer.
Wolken met rechte basis en vaak mooie bloemkolen: het wordt mooi weer, maar er kan een buitje vallen.
Wolken die aan de bovenkant heel onregelmatig zijn: er komen buien, misschien wel onweer!
Wolken die een aambeeld hebben: het kan hagelen, hard regenen, en er kan onweer komen.
Stratus (laag). Dunne stratusbewolking: meestal motregen. Dikke stratusbewolking: meestal regen.

Neerslag gemeten in mm/m²  komt overeen met liter per m2:  1 mm = 0,1 cm en 1 vierkante meter is 100 x 100 cm2 = 10.000 cm2. Dus als er 1 mm neerslag valt per vierkante meter is dat 0,1 cm x 10.000 cm2 = 1.000 cm3 = 1 liter.

‘Weersvoorspelling voor vannacht: donker.’ (George Carlin)

Een weerhuisje waarbij het mannetje wordt buiten gezet slecht weer, en het vrouwtje (galant) bij goed weer werkt door het draaiplateau waar ze op staan met een opgedraaid (getwijnd) stuk schapendarm (als touw) aan het dak te verbinden. Bij droge lucht krimpt (en dus draait) de darm. (Het is dus geen echte weersvoorspelling, het zegt iets over de actuele luchtvochtigheid.)

"Altijd maar seks, praat eens over het weer." "O.k. wanneer doen we het weer?"


Op warme dagen maakt je een natuurlijke airco door voor openstaande deuren en ramen natte handdoeken(of gordijnen) te hangen en die regelmatig nat te sproeien. De wind of tocht die langs de natte doeken binnen komt,koelt af door het vocht.

Mensen zijn meer bezorgd over het weer dan over het klimaat.

Barometer
Tussen de luchtdruk en de kans op regen bestaat een verband. Hoe lager de stand van de barometer hoe groter de kans op neerslag.

Luchtdruk            in hPa     Regenkans     Weer
870 - 970              90%     Zware storm
970 - 980              90%     Storm
980 - 990              90%     Veel regen
990 - 1000            80%     Regen of wind
1000 - 1003.3       70%     Regen of wind
1003.3 - 1006.7     60%     Regen of wind
1006.7 - 1010       50%     Wisselvallig weer
1010 - 1015          40%     Wisselvallig weer
1015 - 1020          30%     Wisselvallig weer
1020 - 1030          20%     Goed weer
1030 - 1033.3      10%     Mooi weer
1033.3 - 1084      10%     Zeer mooi weer


‘Een manier om het weer te beïnvloeden is de was op te hangen.’ (Marcelene Cox)
‘Er worden namiddag temperaturen verwacht van één uur tot zes uur.’
 (Herman Finkers)


Onweer en bliksem
Opbollende grijze stapelwolken (cumulonimbus of donderwolk) kondigen onweer aan.
De knal bij de bliksemflits ontstaat doordat de lucht in het pad van de vonk sterk verhit wordt en uitzet. Dit veroorzaakt een schokgolf die hoorbaar is als donder.
Geluid legt in drie seconden een afstand van ongeveer één kilometer af. Het aantal seconden tussen het zien van de bliksem en het horen van de donder gedeeld door drie, is ongeveer de afstand in kilometers tot het onweer.
Bliksem is een ontlading tussen negatieve en positieve ladingen: de aarde onder de onweerbui is positief geladen; de onderkant van de bui is negatief; en haar bovenkant positief. De ontlading (negatief, bliksem) wil dus naar onder en naar boven (naar de twee positieve velden). Een kwart van de bliksems gaat naar de aarde toe.
Er wordt stapsgewijs door ionisatie een geleidend kanaal gemaakt door de lucht.  De ontlading gaat meestal van grond naar wolk. Dit zien wij als een bliksemflits (de hoofdontlading of terugslag).

Blijf binnen, of in een (metalen) auto. Kom uit het water. Blijf uit de buurt van het hoogste punt (ook bomen). Zorg dat je niet het hoogste punt bent. Draag (of raak) geen metalen dingen (ladder, zeis).
In het open veld kan je best gehurkt en ineengedoken zitten met de voeten tegen elkaar, want met de onderlinge afstand maak je ook het spanningsverschil (stapspanning) tussen je voeten zo klein mogelijk.


Toen Napoleon III in 1854 door een orkaan op de Zwarte Zee veel schepen verloor gaf hij opdracht tot onderzoek naar noodweer. Daarop begon de Franse astronoom Urbain Leverrier gegevens te verzamelen. Hij ontdekte dat een storm wordt voorafgegaan door een turbulent lagedrukgebied, en dat het weer zich over honderden kilometers verplaatst. Er kwamen steeds meer meteorologische diensten, gegevens en algoritmen. Met onze computers zijn de huidige vooruitzichten op 3 dagen voor ca. 70% juist.

El Niño is het verschijnsel waarbij om de 3 tot 7 jaar in januari de zuidkust van Peru i.p.v. koud en voedselrijk water, net warmer water ontvangt. Dit is van invloed op het klimaat op een groot deel van de aarde. Het verdampende warme water leidt tot zware regenval met modderstromen en aardverschuivingen in de normaal droge Andes. De visvangst neemt enorm af. Australië en Indonesië krijgen met droogte en bosbranden te kampen. El Niño is nog lang niet begrepen.
Kleine zus El Niña brengt net extra koud water aan, vooral in het Caribische gebied, en brengt meer regen in Australië en Amerika.
In de Lage Landen hebben ze (vooralsnog) weinig effect.

Op 9 à 10 kilometer hoogte waaien straalstromen. Weerkundigen noemen hen zo als de wind op die hoogte meer dan 100 kilometer per uur (windkracht 11) waait. Soms halen ze zelfs meer dan 350 kilometer per uur.
Een gemiddelde straalstroom is duizenden kilometers lang, honderden kilometers breed en slechts een paar kilometer hoog.
Hij kronkelt als een rivier (globaal) van west naar oost door de atmosfeer. De stroming ontstaat door het grote temperatuurverschil tussen de pool en de evenaar.
Het verschijnsel werd al in 1926 aangetoond. Richting en de plaats ervan zijn van groot belang voor het weer. Vanuit noordelijke richting voert een straalstroom in onze omgeving in de regel koudere lucht en depressies aan.

Verschil tussen rijm – rijp – ijzel

IJs is bevroren water.
IJsplek: gladde plek die ontstaat door het aanvriezen van aanwezige water
IJzel: glad ijslaagje, gevormd na het aanvriezen van regendruppels (uit wolken) op een bevroren ondergrond
Rijmplek: gladde plek door het aanvriezen van  druppeltjes nevel of mist uit de lucht
Rijm ontstaat uit onderkoelde druppels die ijs worden nadat ze in contact gekomen zijn met een bevroren oppervlak
Rijp wordt gevormd bij negatieve temperaturen. Het is de rechtstreekse overgang van waterdamp naar ijs: het verrijpen. Rijp bevat witte ijskristalletjes waarin veel lucht zit waardoor het een harig uitzicht krijgt. Je ziet het als witte aanslag op gras, twijgen, auto’s…


Wolken zijn als mensen. Ze hebben soms een slechte bui
.(Jan Van Den Heuvel)