Maak of bevestig eet- en drinkbakken voldoende hoog, niet omdat het makkelijker zou zijn voor de dieren, van nature eten en drinken die op grondniveau, maar wel omdat er dan minder vuil in komt.

houten watertrogEen drinkbak moet stabiel zijn, anders word hij zo om- en leeggegooid. De vorm kan helpen: eerder laag en breed, dan smal en hoog. Zo hoog dat de dieren er niet gemakkelijk in kunnen stappen. Daarom kan je de bak ook beter tegen een muur zetten. Dan kan je hem bovendien ook aan de muur vastmaken.
Het gewicht kan ook de stabiliteit verhogen: een betonnen voet, zoals die bijvoorbeeld ook gebruikt worden om bloempotten te stabiliseren, maakt veel verschil.
Zeker de binnenkant moet glad en goed te reinigen zijn: glazuur, inox, kunststof of metaal.

Je kan een emmer gebruiken, en er een kassei in leggen. Of de emmer stabiliseren door hem in een autoband te zetten. Schapen of ganzen kunnen een emmer leegdrinken. Kippen ed. niet, zelfs niet als ze op die band kunnen staan. Tijdig bijvullen dus!

Voor kippen vind je verzinkte emmers die bovenaan voor 85% dicht zijn. Als je ze gevuld neerlegt loopt er water in een gootje voor de opening. Ik gebruik ze niet omdat je de binnenkant niet kan schoonmaken.
De plastieken vulemmers die je op hun deksel met drinkrand en doorloopgootje kan omkeren kan je wel schoonmaken. Plaats ze op enkele bakstenen, wat hoger van de grond, dan scharrelen ze er niet zo veel vuil in.
Als er een barst of gaatje in komt waarlangs lucht boven het water kan komen, werkt het systeem niet meer en loopt het reservoir leeg. Lijm of goed solderen kan het mogelijk nog wel herstellen.

Voor konijnen zijn er in de handel drinkflessen met een drinknippel (zoals voor hamsters).
Met een stevige (glazen of dikke plastieken) fles die je omgekeerd monteert in een drinkbakje (vb. een visblikje) kan je makkelijk zelf een drinkautomaat maken. Zorg dat de halsopening een centimeter boven de bodem hangt, zodat er voldoende water in het bakje kan. Dunwandige PET-flessen (van frisdrank) zijn niet bruikbaar, ze vervormen en lopen leeg.
(Drinknippelsystemen bestaan ook voor kippen, maar om een of andere reden vind ik dat een wat vreemd, onnatuurlijk en industrieel idee.)

Ik kreeg meermaals de vraag hoe hoog een drinkbank moet staan (voor verschillende diersoorten). Maak er geen probleem van! Alle dieren drinken op grond niveau. Daar vind je natuurlijk water. Hoger nauwelijks. Ze likken, slobberen, zuigen of pikken. Observeer ze maar eens. Als ik drinkbakken hoger plaats is dat omdat het voor mij makkelijker is, maar vooral omdat het water dan minder bevuild wordt door de bodem er omheen.

Voor grotere dieren worden vaak tonnen of badkuipen gebruikt. Zet ze op een verhard of verhoogd gedeelte, anders wordt het al snel een modderpoel er om heen. Voorzie indien mogelijk, zeker voor waterdieren (eenden en ganzen), schapen en alle zwaardere dieren drainage of afvoer voor gemorst water. Anders staan ze op deze druk bezochte plaats te vaak en te lang met hun poten in de modder.

Als de temperatuur onder nul gaat, bevriezen je drinkbakken. ’s Nachts is het meestal nog kouder dan overdag. Je kan de emmers dan eventueel binnen zetten om te ontdooien. Je kan in de winter beter enkele keren per dag een beetje water geven. De ene emmer naar buiten, en de andere naar binnen. Als het lang blijft staan bevriest het, en kan je drinkbak ook stukvriezen en dus onbruikbaar zijn.

Om eet en drinkbakken schoon te maken gebruik ik al jaren een stevige WC borstel. Veel handiger dan een (te klein) afwasborsteltje of een (te zachte) handveger.

De Kelten groeven drenkpoelen voor het vee. Die werden met (elzenhouten) paaltjes en (wilgen)takken verstevigd, en tegen verzanding dicht gemaakt met leem en mos.

Voor kuikens en haantjes maak je boven de voerbak een los draaibare stok of een dakje om te vermijden dat ze er in en op gaan staan en lopen, of er op gaan zitten en hun mest er in droppen.
(Bij <Kippenhok> vind je info over de voederautomaat.)

Een ruif is een op kophoogte van de rechtstaande dieren gemonteerd schuinstaand voederrek, een traliebak waarin vooral hooi wordt gevoederd. Maak de spijlen zo dicht bij elkaar dat er zo weinig mogelijk hooi uitvalt of gemorst wordt. Maar wel zo breed dat het dier erbij kan, dus breder voor een paard dan voor schapen. Zorg dat de spijlen glad zijn, zonder scherpe delen als spijkers en splinters. Een neus en een bek zijn zeer gevoelig en kwetsbaar.
Als je een ruif buiten opstelt zorg je uiteraard voor een dakje, zodat het hooi droog blijft.
Plaats de ruif zo laag dat de dieren bij het eten niet teveel neerdwarrelend stof inademen.


De voerbak maak ik onder de ruif, zodat gemorst hooi niet meteen op de grond valt maar ook nog uit de trog kan gegeten worden. De trog moet breed genoeg zijn. Het dier dat er voor staat moet met geopende bek nog stukken van een voederbiet kunnen bijten. En uiteraard moet hij ook lang genoeg zijn om alle dieren een plaatsje te geven, anders vreten de sterksten alles op en worden de zwaksten alsmaar zwakker. Voer de dieren nooit meer dan ze opkrijgen. Wat teveel is en blijft liggen, bederft en trekt ongedierte (ratten en muizen) aan.
Hooi en zuiver water moeten er wel altijd in overvloed zijn.

Een trog is een lage voerbak voor varkens. Er bestonden vroeger gietijzeren modellen. Maar meestal werden ze in beton gegoten, gemetseld of uit steen gehouwen. Als ze niet loodzwaar en stevig vastgemaakt zijn worden ze door de varkens omgewroet en door stal en weide gewenteld.
Als je zo een zwaar ding maakt of metselt is het wel handig als je er een afsluitbaar stalen buisje (waterleiding met schroefdop) als afvoer in voorziet. Zo kan je de niet te manipuleren bak toch uitwassen en spoelen, en het water er uit laten lopen. Het buisje moet dus wat verval hebben en boven de grond (of (mest)afvoergoot) uitkomen.
Begin niet aan kunststof of hout, dat wordt stukgebeten.
Om te vermijden dat varkens in en door de trog lopen wordt die best in of onder de stalmuur gebouwd. Je kan ook enkele zware ijzeren tralies voorzien. Langs de ene kant kunnen de varkens slobberen, langs de andere kant kan je ongestoord voeren.
 Als je in de stal zou voeren is er een goeie kans dat ze je met je voeremmer ondersteboven lopen.

Maak trog en voerbak breed genoeg, eventueel met een tralie indeling, zodat alle dieren tegelijk kunnen eten.

Grazers en scharrelaars met voldoende foerageermogelijkheden geef ik enkel ’s avonds wat krachtvoer. Het is zonde om het ’s morgens of overdag te geven. Ik heb namelijk liever dat ze dan grazen i.p.v. liggen. Van het eten dat ze ’s avonds krijgen wordt de energie niet verbruikt om rond te lopen, maar eerder om voldaan te gaan rusten en voer in vlees om te zetten. Bijkomend voordeel is dat ze gewoon worden om ’s avonds naar de stal te komen. Vooral in koude periodes kunnen ze ’s nachts beter binnen zijn.