Ons lichaam heeft zout nodig. In het Oude Rome werd een deel van het loon van de soldaten uitbetaald in zout. Zo is het woord salaris afgeleid van het Latijnse sal: zout. Dit is ook nog te herkennen in salami, saucisse, saucijs, saus en salade.
We gebruiken zout om voeding smaak te geven en te conserveren.

‘Zout: geeft een slechte smaak aan het eten als je vergeet het erin te doen.’

Door te zweten en te plassen verlies je veel zout. Je hebt ca. 6 gram per dag nodig. In België verbruiken we in onze voeding 4,5 keer méér! Een tekort veroorzaakt spierkrampen, vermoeidheid en misselijkheid.

Uit de aarde
Zout komt in de natuur voor in de grond als steenzout op plaatsen waar lang geleden binnenzeeën zijn opgedroogd.
Het wordt ontgonnen via een zoutmijn, of door via lange buizen water te pompen om het zout op te lossen, de pekel vervolgens op te pompen en terug te laten verdampen.

De vroeg Keltische nederzetting en de ernaar genoemde Hallstatt cultuur (800 - 450 voor Chr., nabij Saltzburg, Oostenrijk) dankt haar rijkdom aan de winning van zout, dat zo waardevol was dat het over heel Europa als universeel betaalmiddel kon gebruikt worden. In meerdere van hun rijke graven zijn twee en vierwielige wagens, zelfs met ijzeren vering gevonden. Zout maakte hen rijk en machtig.

Uit zeewater
zoutpannenZeezout wordt gewonnen door de zee te laten overlopen over het land in grote, ondiepe bakken. Door de warmte van de zon verdampt het water en blijft het zout over.
Zeewater bevat 30 tot 40 gram zout per liter. Mochten de oceanen verdampen, dan wordt drie kwart van het aardoppervlak bedekt met een 75 meter dikke laag zout.

Al in de prehistorisch was er aan onze kuststreek zoutwinning. Getuige daarvan zijn de gigantische hoeveelheden briquetages. Zeewater werd na concentratie in ondiepe poelen in schalen of potten van grof aardewerk gekookt. Het witte goud zette zich op de pot vast, die later stukgemaakt werd om de oogst te verhandelen. (Vandaar de vele vondsten.) Boven het vuur werd een traliewerk van klei gemaakt. (bv door klei rond een stok te kneden.) In dit rooster werden de potten met pekel boven het vuur geplaatst. Zowel de staven als de potten worden briquetage genoemd.
Later introduceren de Romeinen een ijzeren zoutpan, zodat er geen klei meer nodig.
In Mexico werden in de ‘Sal Cochidas’ dikkere en kleinere keramische kommen gebruikt.

Uit veen as
Moer of darink (ook darg of derrie) is jarenlang met zeewater doordrenkt veen. Door moernering, selnering of darinkdelven werd het afgraven, in luchtige stapels gedroogd en verbrand. De as (zel) werd in de zoutziederij met zeewater gekookt om zout te winnen (tussen 700 en 1500). De as zakt na roeren naar de bodem (zel-as). De eerste ongewenste (kalk)zouten werden afgeschuimd. Onzuiverheden in de pekel werden gebonden door eierschalen toe te voegen, en eiwit dat met de ongewenste deeltjes afgeschuimd werd.
In de pan aangekoekt kalkzout werd als liksteen voor vee verkocht.

Zeeland en vooral Zierikzee werd er rijk mee. Het uitgraven verhoogde het gevaar voor dijkdoorbraak (Reimerswaal) en werd omstreeks het jaar 1500 verboden. De impact van de gigantische zoutwinning was zo groot dat ze de volledige kustlijn en het reliëf veranderde. Gedroogd veen wordt ook als brandstof gebruikt.


Zout kan gebruikt worden om voedsel smaak te geven of beter te bewaren. Bij het pekelen zorgt zout ervoor dat water aan het product (vis of vlees) onttrokken wordt.

De Romeinen kookten meerdere gerechten in zeewater (soms met extra zout!).  In 2011 heeft een Zeelands bedrijf nog (gezuiverd) zeewater op de markt gebracht om mosselen in te koken. Je moet maar op het idee komen.

‘De zee verkwikt.’(D.J. Bakker)
‘Wie badgasten ziet, begrijpt waarom de zee
zich elke dag twéé keer terugtrekt.’
(Gaston Durlez)