Watermolens kunnen volgens de diepte van het waterrad t.o.v. het waterpeil worden ingedeeld in
bovenslagmolens (het water loopt meestal via een dam en een aquaductje boven over het rad),
middenslagmolens (rad in het water of toestroom in het midden, op as hoogte),
onderslagmolens (ook drijvende, water loopt onder het rad, en de onderkant beweegt met de stroming mee), en
turbinemolens (waarbij de schoepen helemaal onder water staan).

watermolenAls bij een bovenslagmolen heet water het rad mee in de stromingsrichting doet draaien wordt een rendement van 70% bereik. Het water valt dan voorbij 12 uur, bv op 11 uur op het rad. (12 uur is de bovenkant, zoals op een wijzerplaat.)
Als het water het rad op 01 uur raakt draait de molen in de andere richting (pitchback), en wordt een rendement van 90% behaald.
Een middenslagmolen haalt 50, en de oudste en makkelijker te bouwen onderslagmolen  gebruikt slechts 20% van de energie van het water.
De hoek die de emmers of schelpen op het rad maken blijkt uit ervaring optimaal te zijn bij 114°. Het gewicht van het water in de schelpen doet het rad draaien.

Soms wordt het schoepenrad voor het ophijsen van water gebruikt.
Tegenwoordig zijn er in het stroomgebied van de Maas nog 450 watermolens. Tussen 1500 en 1800 waren er die 2.250 à 4.500.

De inplantingsplaats voor een molen was soms knap gekozen of ingenieus gemanipuleerd, zodat er bij het stromende water ook nog een vijver als buffer was. Die kon als een soort reserve batterij gebruikt worden als er in drogere perioden minder debiet was. Knap toch?

Met voldoende verval kan ook een kleine molen met enkele waterstralen in beweging gezet worden. http://www.lowtechmagazine.be/2013/08/waterkracht-oude-stijl-moderne-materialen.html


"Een molen kan niet malen met water dat voorbij is " (Amerikaans spreekwoord)