Benjamin Schoville en Jayne Wilkins onderzochten in Zuid-Afrika pijlpunten die zeker 500.000 jaar geleden in het Midden Pleistoceen door Homo heidelbergensis gemaakt zijn.

VuursteenKlingenVuursteen is hard(er dan staal) (7 op de schaal van Mohs) en breekbaar. Een breuk heeft scherpe randen. De scherven kunnen in volgorde van werkprecisie afgeklopt, afgebeiteld of afgedrukt worden. Voor iedere behandeling moeten de juiste hoek en kracht worden gebruikt. Op internet circuleren tig filmpjes die laten zien hoe een vuursteenbewerker uit een goed voorbereide brok silex met enkele slagen veel lange, messcherpe scherven kan slaan. Vakmanschap.

Vuursteen ontstaat als kiezelzuur (silica of siliciumdioxide, SiO2) neerslaat in kalkafzettingen. Dit silicaat is een variëteit van kiezel met uiterst kleine kristallen. De compacte structuur geeft vuursteen zijn glasachtige uiterlijk en hardheid waardoor het schelpvormig breekt als er op geslagen wordt. Naast silicaatmineralen bevat keisteen of flint ook gebonden water. Dit verdampt langzaam aan lucht waarna de vuursteen minder goed splijtbaar is dan ‘verse' exemplaren die merkelijk langere scherven opleveren.
Vuursteen kan wit, zwart of grijs zijn, of rood en groen door ijzeroxides. Je vindt het als been- tak- of gewei-vormige knollen. Aan de buitenkant van deze concreties zit meestal een poreuze kalkschil. Deze cortex moet vóór het bewerken verwijderd worden.

De mooiste werkstukken zijn gemaakt met de Levalloistechniek, genoemd naar de vindplaats Levallois bij Parijs. Een kernsteen wordt zodanig bewerkt dat er een vlak afslagplatform (striking platform) ontstaat. Door hier loodrecht met een klopsteen op te slaan kunnen uit dezelfde kernsteen verschillende repen (klingen) afslagen worden, die allemaal min of meer dezelfde vorm en zeer scherpe randen hebben. Het afslaan gebeurt met een steen, een houten hamer of bot. Specialisten verkiezen blijkbaar gewei.
De Engelse naam voor vuursteen is flint, waar ook de uitdrukking flinterdun vandaan komt.

vuursteenafslaanDe ondergrondse mijnbouw voor de exploitatie van vuursteen in Rijckholt (Ned. Limburg) heeft waarschijnlijk ca. 500 jaar geduurd, van 3.950 tot 2.650 voor Christus. Er werd 8.000m3 of 15 miljoen kilo vuursteen gedolven, goed voor meer dan 10 miljoen voorwerpen. Er zijn ongeveer 2.000 schachten geweest van 4 tot 12 m diep en maximum 1 m doormeter. Omdat er nog geen lampen waren was er om de 12 m. een schacht nodig om ook voldoende licht te hebben om te kunnen werken. Het gebruik van spiegels kenden ze nog niet, en vuur (dat zuurstof verbruikt) beheersten ze in eerste instantie nog onvoldoende.
Soms werd er door bestaande vuursteenlagen heen dieper gedolven naar een galerij met betere kwaliteit. Onze primitieve voorouders hadden dus heel wat kennis van zaken.

Ook in Valkenburg zijn er vuursteenmijnen. In Spiennes (bij Bergen, België) ligt het grootste en oudste complex van vuursteenmijnen in Europa. Het meer dan 100 hectare grote terrein staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO.

In Spiennes groeven prehistorische mijnwerkers door 5 lagen vuursteen om een 6de van betere kwaliteit te bereiken. Rond 1913 vond De Loë zelfs een schacht die door 12 lagen naar de 13de ging voor exploitatie.
In het Nijldal (Nazlet Khater 4 en 7) werd tussen 35.000 en 30.000 jaar BP ook al op 2 meter diepte gedolven naar vuursteen. Bij Nazlet Safaha 1 en 2 zou dat zelfs tussen 50.000 en 40.000 jaar gelden al gebeurd zijn.
In Kenia is bewerkte vuursteen gevonden van 2,6 mio jaar oud.

In Zwitserland is een prehistorisch vuurstenen bijltje gevonden waarvan de steen gevat is in een houder van gewei, die dan weer in een houten steel zat. Mogelijk is gewei zowel stevig als schokabsorberend, zodat de steen minder snel stuk gaat. Het ingenieuze aan dit exemplaar is dat de houder van gewei vierkant van vorm is, net als het gat in de steel. Daardoor kan het werktuig in 2 posities in de steel gevat worden, en is het bruikbaar als bijl (blad in de richting van de steel) en als dissel (of hak: blad haaks op de steel).
Dom waren onze voorouders zeker niet.

Als lijm om stenen bijlen of punten te monteren gebruikten onze primitieve voorouders berkenpek of een mengsel van hars, houtskool en vet.

Als je vuursteen tegen ijzer of pyriet slaat krijg je (warme) vonken. Het werd ook in musketten (oude geweren) gebruikt.