‘Er zijn 3 regels voor een gaaf gebit: poetsen na elke maaltijd, twee maal per jaar naar de tandarts, en je met je eigen zaken bemoeien.’ (Henry Boye)

tandverzorgingTandplak is een kleverige substantie van speeksel, mondbacteriën en voedselresten die zich vastzet op en tussen de tanden. Als het niet regelmatig verwijderd wordt, neemt het aantal bacteriën toe en kunnen tandbederf en tandvleesaandoeningen ontstaan. Zuren in de tandplak tasten het tandglazuur aan. Aangeraden wordt om drie maal per dag gedurende 2 à 3 minuten de tanden te poetsen en te flossen.
De bacteriën sterven af en verkalken onder invloed van het speeksel tot tandsteen. Voorkomen kan dus. Wegkrassen laat je beter aan de tandarts over.

‘De tandarts is pas klaar als hij er geen gat meer in ziet.’ (Wim Meyles)
‘Tandarts: ’t leven is kiezen…’ (Hein-Anton Van Der Heijden)

Tandpijn
Een papje van evenveel maretakblaadjes en venkel op het tandvlees bij een zere tand zou al sinds de middeleeuwen effectief werken tegen tandpijn.
Vroeger werd kruidnagel als verdoving in een pijnlijke kies of in de ruimte tussen wang en de zere kies gestoken. In kruidnagel zitten naast de werkzame stof eugenol ook de flavonoïden kaempferol en rhamnetine. Die helpen mee om de ontstekingsremmende eigenschappen van eugenol te vergroten.
Ook knoflook en peterselie zouden een pijnstillende werking hebben.

De wortel van geel of gewoon nagelkruid (Geum urbanum) bevat eugenol en ruikt daardoor naar kruidnagel. Het is een desinfecterende, plaatselijk pijnstillende stof.  Het zou vroeger gedroogd en gemalen ook in de keuken gebruikt zijn ter vervanging van kruidnagel.

Als borstel is een platgeslagen takje van een boom of plant bruikbaar.

Als schuurmiddel of tandzeep zijn (maag- of zuiverings)zout, krijt, glycerine, pepermuntolie, leem of as eventueel met kruiden mogelijk. Je kan vb. jeneverbes toevoegen, dat heeft een antiseptische en antibacteriële werking. Zelf tandpasta maken kan vb. met een basis van kokosolie of bentoniet klei. Pepermunt(olie) wordt vaak als geur en smaakmaker toegevoegd. Daarnaast ook (zuiverings)zout (baking soda) en diverse kruiden (kruidnagel, kaneel, geelwortel (kurkuma).
(Een ‘lege’ tandpastatube kan je openknippen. Daar zit nog verbazend veel tandpasta in, zeker als je weet dat je telkens maar een ‘erwtje’ nodig hebt.)

Zwarte els: kauw op stukjes bast om de tanden schoon te maken.
Heemst (Althaea officinalis) of kaasjeskruid (malva): de gedroogde wortel kauwen of als borstel gebruiken.
Kornoelje: maal de bast als tandpoeder. Het beschermt tandvlees en houdt tanden wit.
Paarden- (Rumex aquaticus) en waterzuring (Rumex hydrolapathum): de droge en vermalen wortel maakt de tanden schoon en heeft tevens een desinfecterende werking.
Gewoon speenkruid (Ranunculus ficaria): gebruik de bloembladen.
 
Een Chinese encyclopedie uit 1498 vermeldt dat de harde haren van de hals van Siberische everzwijnen in een handvat van dierenbot werden bevestigd om de tanden te poetsen. Later werden in Europa liever zachtere paardenharen borstels gebruikt.

Er zijn meldingen van Etrusken die rond 700 voor Christus al een kunstgebit hadden van dierlijke en menselijke tanden. In de 15de eeuw werden in Europa ivoren en benen tanden met draad aan de nog bestaande bijters vastgemaakt. Dat klinkt alsof het moet gerammeld hebben. In 1791 kreeg Nicolas Dubois de Chémant een patent op porseleinen tanden.


‘Wie geen tanden heeft, krijgt geen kiespijn.’(Max Beerbohm)
‘Als je niet lief bent voor je tanden worden ze vals.’(L. Boerrigter)
Heel oud: nooit meer met de mond vol tanden staan. (Myriam Thys)