Een kenmerk van deze reptielen is dat ze schubben (of een pantser) hebben. In Nederland en België komen 4 slangachtigen voor:
de hazelworm (Anguis fragilis) die eigenlijk een pootloze hagedis is, geen slang;
de gladde slang (Coronella austriaca, bedreigd en beschermd),
de ringslang (Natrix natrix helvetica, kwetsbaar),
en de adder (Vipera berus, beschermd), de enige die giftig, en slechts zeer zelden dodelijk is.

Ze zijn schuw, bewegen zich kronkelend voort, hebben geen ledematen, een gevorkte tong om de lucht te ‘proeven’, en houden van een vochtige omgeving met open plekken om te zonnen (omdat ze koudbloedig zijn).

De ongevaarlijke hazelworm is meestal hazelnootkleurig bruin en tot 45 cm lang. Door de relatief kleine schubben lijkt het lichaam glanzend. De staartpunt is stomp en breekt –als je die vastneemt- af zoals bij andere hagedissen. De vrouwtjes hebben donkere flankstrepen.

De tong is weinig gevorkt. De hazelworm moet in tegenstelling tot slangen de bek openen om de tong uit te steken. Ze heeft beweegbare oogleden, slangen nooit. De kop van slangen is vaak driehoekig en te onderscheiden van het lichaam.
De voortbeweging is relatief stijf.
 
Ze komen voor in de Veluwe, Brabant, Limburg en Vlaanderen. Favoriete prooien zijn slakken, wormen e.a. insecten. Natuurlijke vijanden zijn verschillende (roof)vogels, de huiskat, de vos, ratten, marters, das, de gladde slang, en de kip.

Op het menu van onze slangen staan vooral kikkers.

De gladde slang heeft een vrij uniforme bruine tot grijsbruine kleur, donkere vlekkenrijen op rug en staart, een eivormige kop met een ietwat spatelvormige snuit.
Haar schubben zijn glad: ze hebben geen kieltjes (lengte-naad in het midden) zoals de adder en de ringslang.

Ze heeft in tegenstelling tot de adder een gele iris en ronde pupil, geen echte zigzagtekening, een langere staart en een slanker lijf.
Je vindt ze in heidegebieden in Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant.


De ringslang heeft een grijze kleur, staande zwarte rechthoekjes langs de flanken en dankt zijn naam aan de gele vlekken achter de kop. De ringslang heeft een meer gele oogkleur en een duidelijk ronde pupil.
Het mannetje wordt 80 tot 100 cm, het vrouwtje 90 tot 140 cm.


adderDe adder wordt ongeveer 50 tot 70 cm lang en is te herkennen aan de koperbruine tot rode ogen met verticale pupil, de wat uitstekende schub boven het oog en het zigzagpatroon op de rug. De giftigheid wordt vaak overschat, een beet is zelden fataal.
In België is de adder zeldzaam te vinden tussen Samber-en-Maas in het westen van de Ardennen en in de Antwerpse Kempen. In Nederland zie je ze in Drenthe, Friesland, Gelderland en Limburg. Gebieden met voldoende schuilplaatsen: dichte vegetatie, rotsen of holen.

De Taiwanese rattenslang is geel – goudbruine met een patroon van zwarte vlekken. Achteraan heeft ze twee zwarte en één gele streep. Het hoofd is lichtgrijs met blauw en ze heeft een blauwe tong. Ze wordt gemiddeld tussen de 1,2 en de 1,8 meter en is niet giftig.

De slangen kunnen onze winters overleven. In het Belgische Kuringen werden in 2016 eieren van de soort gevonden.

Dat is het eerste bewijs dat de soort zich hier dus ook voortplant.


Slang eten

In Thailand heb ik ooit 2 soorten slang gegeten. Ik weet niet meer welke. Er was weinig vlees aan, maar het was best lekker.
In de landen rond de Kaukasus staat ringslang op het menu. In het noordwesten van Armenië is 'Byrkbigm' een populair gerecht. Kop, botten, organen en huid worden verwijderd. Het vlees wordt ongeveer vier uur gekookt in kruidenwater (met o.a. tijm en laurier). Vaak worden na drie uur aardappels en wortels toegevoegd. In combinatie met de byrkbigm wordt graag cognac (de nationale drank in Armenië) gedronken.


Slang:"Zijn we giftig"?Andere:’Waarom?’
 "Omdat ik op mijn tong gebeten heb"