Scheren doen we meestal in juni. Mei en begin juli kan ook. Dan is het warm genoeg om de schapen zonder jas buiten te laten. Het hangt af van het weer (droog en warm),…
Tegenwoordig wordt er ook in de winter geschoren. De boer heeft dan meer tijd. De dieren worden toch binnen gehouden. Ze nemen minder plaats in de stal in. En de dracht (dikker worden, zwellende uier) is beter te volgen.

SchaapscherenSluit ze ’s avonds al in. Dan moet je er niet achter vangen. En ze kunnen niet meer eten, ze blijven nuchter. Zo vermijdt je scheerdersziekte.
Een verwenteld schaap is er een dat op zijn rug ligt en niet kan opstaan. Hulp is dan snel nodig. Het moet rustig gedraaid en overeind geholpen worden. De ingewanden drukken bij rugligging op longen en ruggengraat. Het dier zal hierdoor na verloop van tijd stikken. Een verwenteld schaap dat te snel omgerold en op de poten gezet wordt, loopt een grote kans op een maagkanteling of maagtorsie. Het gas dat bij alle herkauwers in grote hoeveelheden in het maagdarmstelsel gevormd wordt, kan dan niet ontsnappen, wat tot een coma en tot de dood kan leiden.
Deze maagtorsie wordt ook de scheerdersziekte genoemd. Als ze niet hebben gegeten, wordt er geen gas gevormd. Rol de dieren bij het scheren niet over hun rug.

Zet ze bij warm en droog weer en als de schapen droog zijn, op een propere en droge ondergrond (een zeil, zuiver gras…), dan blijft de wol schoon. Door de warmte (in de stal) wordt het wolvet weker. Dat werkt gemakkelijker.
De wol is vervuild met vet, zweet, gras en plantenresten. Rond de anus van het schaap zit ook ontlasting. Die kan je met een schaar wegknippen. Wol die niet te vuil is kan je nog wassen, en eventueel voor vilt gebruiken. Door de wol te wassen wordt vuil verwijderd, maar mogelijk ook vet. Voor het spinnen is het echter nuttig als de wol nog enigszins vet is. Dus liever geen warm water gebruiken, want dat lost vet (gedeeltelijk) op.

Om te scheren werkt een elektrische tondeuse handig en snel. Er bestaat ook een handbediende versie. Die maakt geen kabaal. Maar het werken is zwaarder en duurt langer. De eenvoudigste en oudste scheerschaar wordt tegenwoordig ook als buxusschaar verkocht. Je kan hiermee ook aan de slag. Trek er als beginneling maar een halve dag voor uit. Per schaap. Draag vingerbescherming, een handschoen of pleisters. Je doet voortdurend niet-allledaagse bewegingen. Voor je het weet heb je blaren.
Je hebt 1 hand nodig om te knippen, en 1 om te voelen en wol weg te duwen, zodat je ziet wat je doet. Anders knip je mogelijk in huid, liezen, penis, uier. Voorzichtig dus. Knip je toch een wondje, ontsmet het dan.

Zet het schaap op haar gat, haar schouders tegen je knieën. Knip dicht tegen de huid van boven naar onder, en van voor naar achter. Aangezien je 2 handen nodig hebt, houdt je het schaap meestal vast door de kop tussen je benen te houden. Geef het niet de kans te ontsnappen voor het werk af is.

Hierbij hoort ook ontwormen en hoeven knippen. Met een snoeischaar en/of een mesje knip je alle losse stukken weg.

Houdt gekleurde en witte wol apart.

Schaap: 'Waarom loopt je zo kreupel?' 'Wel, ik ben vroeger lam geweest.'
Een schaap geeft wol, een bok geeft katoen.