Het product, waarbij het ijzer niet vloeibaar werd, maar uit een deegachtige massa komt, heet welijzer (of getrokken ijzer).
Je laadt de oven van boven afwisselend met lagen houtskool en oer. Als hij brandt vul je elke tien minuten bij met ca. 6 liter houtskool en 2 liter oer, dat is elk ca. 1,5 kilo.
lemensmidsvuurOp 10 cm boven de grond wordt er met blaasbalgen langs 2 kanten (bij voorkeur voorverwarmde) lucht ingeblazen. De massa zakt langzaam. Onder bij de blaasgaten is de temperatuur 1.350°C, dit is lager dan het smeltpunt van ijzer. Hierdoor neemt het ijzer ook bijna geen koolstof op.
Als je er na 12 uur zo 100 kilo oer en houtskool in hebt gedaan is de kluit tot boven de blaasgaten uitgegroeid. Er kan geen lucht meer door de oven en het proces stopt. De brokkelige klomp ijzer die in de oven ontstaat, word nèt niet vloeibaar. De wolf (een spons van gietijzer en slakken) weegt dan zo'n 30 kilo.
De Romeinen noemen hem: Lupus.( Duits: Luppe, Frans: La loupe de fêr, Engels: Iron Bloom.)
Wat vloeibaar werd zijn zand en leem die als lava (slak)onder uit de oven lopen.
De pas geboren Wolf wordt eruit getrokken als hij nog heet is en krijgt dadelijk zijn eerste klappen.
De kunst is om uit deze koek van ijzerdeeltjes en slak dit laatste eruit te smeden en tegelijk de ijzerdeeltjes aan elkaar te wellen. Eerst sla je er nog alleen maar wat gebakken lucht uit. Hij moet nog tientallen keren opnieuw verhit en geslagen worden voordat hij op een baar begint te lijken. Door te hameren verdwijnen onzuiverheden verandert de massa geleidelijk in smeedijzer.

(De IJzertijd liep ongeveer van -1.200 tot +300. Experimentele archeologie bevestigt dat er honderden manieren zijn om deze productie te doen mislukken. In feite, met hun mogelijkheden, hebben onze voorouders ( na ervaring met koper, .. ) een verbazingwekkende technisch hoog staande prestatie geleverd.)