Gom en hars worden vaak met elkaar verward. Gom is (grotendeels) oplosbaar in water, hars lost weinig op in water, wel in alcohol.

gluemakingArabische gom (gummi arabicum, ook acaciagom, hasbab-gom of kordofangom) is een uitscheiding van bomen van het geslacht Acacia (Acacia senegal (ook - arabica of - verek) en de Acacia seyal. Het is harsachtige gom die ter bescherming uit gekwetste schors van de boom komt.
De boom groeit in de regio van West-Afrika tot het Arabisch schiereiland: Soedan, Tsjaad, Nigeria en Senegal.
Arabische gom lost langzaam op in water, en is wat hygroscopisch. In zuivere vorm is hij bruin-rood, gelig tot doorzichtig. Als hij uitdroogt, gaat hij brokkelen, als het vochtig is, wordt hij plakkerig.
Hij wordt veel gebruikt in voeding, snoep (drop…)

Pel tegen het einde van de winter knoppen van paardenkastanje en leg de bruine schubben in terpentijn. Roer goed. Haal de schubben er na een dag uit en laat de terpentijn enkele dagen staan. Wat overblijft is echte houtlijm.


Goedkope en duurzame lijm is uiennat. (heb ik nog niet getest.)


Zetmeellijm

(aardappel)bloem in water koken. (Er mag wat suiker bij.) Klaar.

Zetmeel zit in de kern van granen, aardappelen en knollen. De lijm wordt gebruikt bij papierproductie en -lijm, pleisters, drukinkt.

Was de knollen en rasp ze. Pers de brij, kook het vocht en de lijm is klaar.
Je kan de brij ook in water zetten zodat het zetmeel er uit getrokken wordt en naar de bodem kan zakken. Laat het nat staan en giet het water geregeld af. De neerslag kan je drogen, malen en bewaren om later in heet water op te lossen.


Het sap van de knol en de stengel van Wilde hyacint (H. nonscripta) is lijm.
Heemst (Atlheae officinalis) en Adelaarsvaren (P. aquilinum): van de wortelstokken kan lijm gekookt worden.

Door hars (of berkenpek), houtskool en vet op te warmen (tot vet en hars smelten en mengen) ontstaat een sterke lijm waarmee ook vb. pijlpunten gefixeerd werden.

Prunussoorten (perzik, pruim en kers) scheiden soms een bruingele, dikvloeibare, kleverige massa af: kersengom of cerasine. Bij takbreuk en snoei kan dit wondhelend en beschermend werken.
Door een onevenwichtige groei (te veel bemesting, uitputtende vruchtdracht, hoge waterstand, bacterie aantasting) wordt het soms ook uit de schors geperst (Gomziekte, Pseudomonas morst). Het kan ook in en op de vruchten voorkomen.

Koud wordt het hars steenhard (barnsteenachtig). Warm (in de zon, bij een vuur) kan het stroperig gemaakt en als lijm of vulmiddel gebruikt worden. Afgekoeld wordt het weer hard.