In mei kan je de eerste honing oogsten. Als je merkt dat er te weinig nectar en stuifmeel is, kan je suikerwater bijgeven. In juli komt de tweede slingerbeurt. Ongeveer 15 kilo honing per kast is een goede vangst. Na de tweede oogst laten de imkers de bijen met rust. Ze kunnen op hun gemak een voorraad aanleggen om te overwinteren.

honingoogstenAls honingramen voor ¾ verzegeld zijn, is de honing voldoende rijp. Bij twijfel doen we de stootproef: we kloppen krachtig op de bovenlat van de honingramen, als de honing er niet uit "regent", is hij voldoende ingedikt en mag hij geslingerd worden.
Een vooruitziende imker heeft in het voorjaar bij het plaatsen van de honingzolder een moerrooster (waar de koningin niet door kan) geplaatst zodat er zeker geen broed in de honingzolder zit. We nemen nooit honingramen weg met broed om de populatie te behouden.

Daags voor je gaat slingeren plaats je een bijenuitlaat of bijendrijver die de diertjes wel buiten, maar niet binnen laat.